circa 6 BC – AD 30
The Life of Jesus
The eternal Son of God enters history: born in Bethlehem, baptized in the Jordan, crucified at Golgotha, raised on the third day.
Verzen uit dit tijdvak
- Lukas 2:22ca. 4 n.Chr.
En als de dagen harer reiniging vervuld waren, naar de wet van Mozes, brachten zij Hem te Jeruzalem, opdat zij Hem den Heere voorstelden;
- Lukas 2:23ca. 4 n.Chr.
(Gelijk geschreven is in de wet des Heeren: Al wat mannelijk is, dat de moeder opent, zal den Heere heilig genaamd worden.)
- Lukas 2:24ca. 4 n.Chr.
En opdat zij offerande gaven, naar hetgeen in de wet des Heeren gezegd is, een paar tortelduiven, of twee jonge duiven.
- Lukas 2:25ca. 4 n.Chr.
En ziet, er was een mens te Jeruzalem, wiens naam was Simeon; en deze mens was rechtvaardig en godvrezende; verwachtende de vertroosting Israels, en de Heilige Geest was op hem.
- Lukas 2:26ca. 4 n.Chr.
En hem was een Goddelijke openbaring gedaan door den Heiligen Geest, dat hij den dood niet zien zoude, eer hij den Christus des Heeren zou zien.
- Lukas 2:27ca. 4 n.Chr.
En hij kwam door den Geest in den tempel. En als de ouders het Kindeken Jezus inbrachten, om naar de gewoonte der wet met Hem te doen;
- Lukas 2:28ca. 4 n.Chr.
Zo nam hij Hetzelve in zijn armen, en loofde God, en zeide:
- Lukas 2:29ca. 4 n.Chr.
Nu laat Gij, Heere! Uw dienstknecht gaan in vrede naar Uw woord;
- Lukas 2:30ca. 4 n.Chr.
Want mijn ogen hebben Uw zaligheid gezien,
- Lukas 2:31ca. 4 n.Chr.
Die Gij bereid hebt voor het aangezicht van al de volken;
- Lukas 2:32ca. 4 n.Chr.
Een Licht tot verlichting der heidenen, en tot heerlijkheid van Uw volk Israel.
- Lukas 2:33ca. 4 n.Chr.
En Jozef en Zijn moeder verwonderden zich over hetgeen van Hem gezegd werd.
- Lukas 2:34ca. 4 n.Chr.
En Simeon zegende henlieden, en zeide tot Maria, Zijn moeder: Zie, Deze wordt gezet tot een val en opstanding veler in Israel, en tot een teken, dat wedersproken zal worden.
- Lukas 2:35ca. 4 n.Chr.
(En ook een zwaard zal door uw eigen ziel gaan) opdat de gedachten uit vele harten geopenbaard worden.
- Lukas 2:36ca. 4 n.Chr.
En er was Anna, een profetesse, een dochter van Fanuel, uit den stam van Aser; deze was tot groten ouderdom gekomen, welke met haar man zeven jaren had geleefd van haar maagdom af.
- Lukas 2:37ca. 4 n.Chr.
En zij was een weduwe van omtrent vier en tachtig jaren, dewelke niet week uit den tempel, met vasten en bidden, God dienende nacht en dag.
- Lukas 2:38ca. 4 n.Chr.
En deze, te dierzelfder ure daarbij komende, heeft insgelijks den Heere beleden, en sprak van Hem tot allen, die de verlossing in Jeruzalem verwachtten.
- Lukas 2:39ca. 4 n.Chr.
En als zij alles voleindigd hadden, wat naar de wet des Heeren te doen was, keerden zij weder naar Galilea, tot hun stad Nazareth.
- Lukas 2:40ca. 4 n.Chr.
En het Kindeken wies op, en werd gesterkt in den geest, en vervuld met wijsheid; en de genade Gods was over Hem.
- Lukas 2:41ca. 8 n.Chr.
En Zijn ouders reisden alle jaar naar Jeruzalem, op het feest van pascha.
- Lukas 2:42ca. 8 n.Chr.
En toen Hij twaalf jaren oud geworden was, en zij naar Jeruzalem opgegaan waren, naar de gewoonte van den feestdag;
- Lukas 2:43ca. 8 n.Chr.
En de dagen aldaar voleindigd hadden, toen zij wederkeerden, bleef het Kind Jezus te Jeruzalem, en Jozef en Zijn moeder wisten het niet.
- Lukas 2:44ca. 8 n.Chr.
Maar menende, dat Hij in het gezelschap op den weg was, gingen zij een dagreize, en zochten Hem onder de magen, en onder de bekenden.
- Lukas 2:45ca. 8 n.Chr.
En als zij Hem niet vonden, keerden zij wederom naar Jeruzalem, Hem zoekende.
- Lukas 2:46ca. 8 n.Chr.
En het geschiedde, na drie dagen, dat zij Hem vonden in den tempel, zittende in het midden der leraren, hen horende, en hen ondervragende.