Naar de inhoud

circa 800–400 BC

The Hebrew Prophets

God speaks through Isaiah, Jeremiah, and the minor prophets—calling Israel to repentance and foretelling the coming Messiah.

3,706 verzen · 14 boeken behandeld

Verzen uit dit tijdvak

Filter op boek
  1. Jeremia 6:16ca. 612 v.Chr.

    Zo zegt de HEERE: Staat op de wegen, en ziet toe, en vraagt naar de oude paden, waar toch de goede weg zij, en wandelt daarin; zo zult gij rust vinden voor uw ziel; maar zij zeggen: Wij zullen daarin niet wandelen.

  2. Jeremia 6:17ca. 612 v.Chr.

    Ik heb ook wachters over ulieden gesteld, zeggende: Luistert naar het geluid der bazuin; maar zij zeggen: Wij zullen niet luisteren.

  3. Jeremia 6:18ca. 612 v.Chr.

    Daarom hoort, gij heidenen! en verneem, o gij vergadering! wat onder hen is.

  4. Jeremia 6:19ca. 612 v.Chr.

    Hoor toe, gij aarde! Zie, Ik zal een kwaad brengen over dit volk, de vrucht hunner gedachten; want zij merken niet op Mijn woorden, en Mijn wet verwerpen zij.

  5. Jeremia 6:20ca. 612 v.Chr.

    Waartoe zal dan de wierook voor Mij uit Scheba komen, en de beste kalmus uit verren lande? Uw brandofferen zijn Mij niet behagelijk, en uw slachtofferen zijn Mij niet zoet.

  6. Jeremia 6:21ca. 612 v.Chr.

    Daarom zegt de HEERE alzo: Ziet, Ik zal dit volk allerlei aanstoot stellen; en daaraan zullen zich stoten te zamen vaders en kinderen, de nabuur en zijn metgezel, en zullen omkomen.

  7. Jeremia 6:22ca. 612 v.Chr.

    Zo zegt de HEERE: Ziet, er komt een volk uit het land van het noorden, en een grote natie zal opgewekt worden uit de zijden der aarde.

  8. Jeremia 6:23ca. 612 v.Chr.

    Boog en spies zullen zij voeren, het is een wreed volk, en zij zullen niet barmhartig zijn; hun stem zal bruisen als de zee, en op paarden zullen zij rijden; het is toegerust, als een man ten oorlog tegen u, o dochter van Sion!

  9. Jeremia 6:24ca. 612 v.Chr.

    Wij hebben zijn gerucht gehoord, onze handen zijn slap geworden; benauwdheid heeft ons aangegrepen, weedom als van een barende vrouw.

  10. Jeremia 6:25ca. 612 v.Chr.

    Gaat niet uit in het veld, noch wandelt op den weg; want des vijands zwaard is er, schrik van rondom!

  11. Jeremia 6:26ca. 612 v.Chr.

    O dochter Mijns volks! gord een zak aan, en wentel u in de as, maak u rouw eens enigen zoons, een zeer bitter misbaar; want de verstoorder zal ons snellijk overkomen.

  12. Jeremia 6:27ca. 612 v.Chr.

    Ik heb u onder Mijn volk gesteld, tot een wachttoren, tot een vesting; opdat gij hun weg zoudt weten en proeven.

  13. Jeremia 6:28ca. 612 v.Chr.

    Zij zijn allen de afvalligsten der afvalligen, wandelende in achterklap; zij zijn koper en ijzer; zij zijn altemaal verdervers.

  14. Jeremia 6:29ca. 612 v.Chr.

    De blaasbalg is verbrand, het lood is van het vuur verteerd; te vergeefs heeft de smelter zo vlijtiglijk gesmolten, dewijl de bozen niet afgetrokken zijn.

  15. Jeremia 6:30ca. 612 v.Chr.

    Men noemt ze een verworpen zilver; want de HEERE heeft hen verworpen.

  16. Het woord, dat tot Jeremia geschied is, van den HEERE, zeggende:

  17. Jeremia 7:2ca. 610 v.Chr.

    Sta in de poort van des HEEREN huis, en roep aldaar dit woord uit, en zeg: Hoort des HEEREN woord, o gans Juda! gij, die door deze poorten ingaat, om den HEERE aan te bidden.

  18. Jeremia 7:3ca. 610 v.Chr.

    Zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israels: Maakt uw wegen en uw handelingen goed, zo zal Ik ulieden doen wonen in deze plaats.

  19. Jeremia 7:4ca. 610 v.Chr.

    Vertrouwt niet op valse woorden, zeggende: Des HEEREN tempel, des HEEREN tempel, des HEEREN tempel, zijn deze!

  20. Jeremia 7:5ca. 610 v.Chr.

    Maar indien gij uw wegen en uw handelingen waarlijk zult goed maken; indien gij waarlijk zult recht doen tussen den man en tussen zijn naaste;

  21. Jeremia 7:6ca. 610 v.Chr.

    De vreemdeling, wees en weduwe niet zult verdrukken, en geen onschuldig bloed in deze plaats vergieten; en andere goden niet zult nawandelen, ulieden ten kwade;

  22. Jeremia 7:7ca. 610 v.Chr.

    Zo zal Ik u in deze plaats, in het land, dat Ik uw vaderen gegeven heb, doen wonen van eeuw tot eeuw.

  23. Jeremia 7:8ca. 610 v.Chr.

    Ziet, gij vertrouwt u op valse woorden, die geen nut doen.

  24. Jeremia 7:9ca. 610 v.Chr.

    Zult gij stelen, doodslaan en overspel bedrijven, en valselijk zweren, en Baal roken, en andere goden nawandelen, die gij niet kent?

  25. Jeremia 7:10ca. 610 v.Chr.

    En dan komen en staan voor Mijn aangezicht in dit huis, dat naar Mijn Naam genoemd is, en zeggen: Wij zijn verlost, om al deze gruwelen te doen?