Naar de inhoud

David

968 verzen · 40 familieleden

Verzen die David noemen

Filter op boek
  1. Een psalm van David, voor den opperzangmeester.

  2. Een psalm van David, voor den opperzangmeester.

  3. Een onderwijzing van David, voor den opperzangmeester.

  4. Een onderwijzing van David, voor den opperzangmeester, op Machalath.

  5. Een onderwijzing van David, voor den opperzangmeester, op de Neginoth;

  6. Een onderwijzing van David, voor den opperzangmeester, op de Neginoth.

  7. Een gouden kleinood van David, voor den opperzangmeester, op Jonath Elem Rechokim; als de Filistijnen hem gegrepen hadden te Gath.

  8. Een gouden kleinood van David, voor den opperzangmeester, Altascheth; als hij voor Sauls aangezicht vlood in de spelonk.

  9. Een gouden kleinood van David, voor den opperzangmeester, Altascheth.

  10. Een gouden kleinood van David, voor den opperzangmeester, Altascheth; toen Saul gezonden had, die zijn huis bewaren zouden, om hem te doden.

  11. Een gouden kleinood van David tot lering, voor den opperzangmeester, op Schusan Eduth;

  12. Een psalm van David, voor den opperzangmeester, op de Neginoth.

  13. Een psalm van David, voor den opperzangmeester, over Jeduthun.

  14. Een psalm van David, als hij was in de woestijn van Juda.

  15. Een psalm van David, voor den opperzangmeester.

  16. Een psalm van David, een lied, voor den opperzangmeester.

  17. Een psalm, een lied van David, voor den opperzangmeester.

  18. Een psalm van David, voor den opperzangmeester, op Schoschannim.

  19. Een psalm van David, voor den opperzangmeester, om te doen gedenken.

  20. De gebeden van David, den zoon van Isai, hebbende een einde.

  21. En Hij verkoos Zijn knecht David, en nam hem van de schaapskooien;

  22. Een gebed van David. HEERE! neig Uw oor, verhoor mij; want ik ben ellendig en nooddruftig.

  23. Want ik heb gezegd: Uw goedertierenheid zal eeuwiglijk gebouwd worden; in de hemelen zelve hebt Gij Uw waarheid bevestigd, zeggende:

  24. Toen hebt Gij in een gezicht gesproken van Uw heilige, en gezegd: Ik heb hulp besteld bij een held; Ik heb een verkorene uit het volk verhoogd.

  25. Ik zal Mijn verbond niet ontheiligen, en hetgeen uit Mijn lippen gegaan is, zal Ik niet veranderen.