- English
- King James KJV
- Complete Jewish CJB
- World English WEBM
- Berean Standard BSB
- American Standard ASV
- Geneva GNV
- Young's Literal YLT
- Douay-Rheims DRC
- International
- Shqip ALB
- العربية SVD
- বাংলা BN-IRV
- မြန်မာ Judson
- 简体文 CUV-S
- 繁體中文 CUV-T
- Čeština BKR
- Nederlands STVE
- Français LSG
- Deutsch SCH
- Ελληνικά Vamvas
- ગુજરાતી GU-IRV
- Hausa HCB
- עברית Hebrew
- हिन्दी HCV
- Magyar KAROLI
- Bahasa Indonesia INDO-TB
- Italiano Diodati
- 日本語 Kougo
- 한국어 Korean
- മലയാളം MAL
- मराठी MRCV
- Norsk DNB
- فارسی OPV
- Polski BG
- Português Almeida
- Română Cornilescu
- Русский Synodal
- Español RVG
- Kiswahili Neno
- Svenska SV1917
- Tagalog TAG-ADB
- தமிழ் TCV
- తెలుగు TSA
- ภาษาไทย THAI-KJV
- Українська Ohienko
- Tiếng Việt CADMAN
- Yorùbá YCB
Hooglied1
Listen to this chapter
0:00
0:00
Titel en inleiding van het Hooglied
1
Het Hooglied, hetwelk van Salomo is.
Het verlangen van de bruid naar innigheid
2
Hij kusse mij met de kussen Zijns monds; want Uw uitnemende liefde is beter dan wijn.
3
Uw olien zijn goed tot reuk, Uw naam is een olie, die uitgestort wordt; daarom hebben U de maagden lief.
4
Trek mij, wij zullen U nalopen! De Koning heeft mij gebracht in Zijn binnenkameren; wij zullen ons verheugen en in U verblijden; wij zullen Uw uitnemende liefde vermelden, meer dan den wijn; de oprechten hebben U lief.
Zelfkennis en schoonheid
5
Ik ben zwart, doch liefelijk (gij dochteren van Jeruzalem!), gelijk de tenten van Kedar, gelijk de gordijnen van Salomo.
6
Ziet mij niet aan, dat ik zwartachtig ben, omdat mij de zon heeft beschenen; de kinderen mijner moeder waren tegen mij ontstoken, zij hebben mij gezet tot een hoederin der wijngaarden. Mijn wijngaard, dien ik heb, heb ik niet gehoed.
De geliefde zoeken
7
Zeg mij aan, Gij, Dien mijn ziel liefheeft, waar Gij weidt, waar Gij de kudde legert in den middag; want waarom zou ik zijn als een, die zich bedekt bij de kudden Uwer metgezellen?
Leiding en geruststelling
8
Indien gij het niet weet, o gij schoonste onder de vrouwen! zo ga uit op de voetstappen der schapen, en weid uw geiten bij de woningen der herderen.
Lof op de schoonheid van de bruid
9
Mijn vriendin! Ik vergelijk u bij de paarden aan de wagens van Farao.
10
Uw wangen zijn liefelijk in de spangen, uw hals in de parelsnoeren.
11
Wij zullen u gouden spangen maken, met zilveren stipjes.
Wederzijds genot en genegenheid
12
Terwijl de Koning aan Zijn ronde tafel is, geeft mijn nardus zijn reuk.
13
Mijn Liefste is mij een bundeltje mirre, dat tussen mijn borsten vernacht.
14
Mijn Liefste is mij een tros van Cyprus, in de wijngaarden van En-gedi.
Wederzijdse bewondering uitgesproken
15
Zie, gij zijt schoon, Mijn vriendin! Zie, gij zijt schoon; uw ogen zijn duiven ogen.
16
Zie, gij zijt schoon, mijn Liefste, ja, liefelijk; ook groent onze bedstede.
Een huis gebouwd op liefde
17
De balken onzer huizen zijn cederen, onze galerijen zijn cypressen.
Use ← → arrow keys to navigate
Settings
Reading Style
Typeface
Font Size px
Reading Width chars
Options
Study Note