- English
- King James KJV
- Complete Jewish CJB
- World English WEBM
- Berean Standard BSB
- American Standard ASV
- Geneva GNV
- Young's Literal YLT
- Douay-Rheims DRC
- International
- Shqip ALB
- العربية SVD
- বাংলা BN-IRV
- မြန်မာ Judson
- 简体文 CUV-S
- 繁體中文 CUV-T
- Čeština BKR
- Nederlands STVE
- Français LSG
- Deutsch SCH
- Ελληνικά Vamvas
- ગુજરાતી GU-IRV
- Hausa HCB
- עברית Hebrew
- हिन्दी HCV
- Magyar KAROLI
- Bahasa Indonesia INDO-TB
- Italiano Diodati
- 日本語 Kougo
- 한국어 Korean
- മലയാളം MAL
- मराठी MRCV
- Norsk DNB
- فارسی OPV
- Polski BG
- Português Almeida
- Română Cornilescu
- Русский Synodal
- Español RVG
- Kiswahili Neno
- Svenska SV1917
- Tagalog TAG-ADB
- தமிழ் TCV
- తెలుగు TSA
- ภาษาไทย THAI-KJV
- Українська Ohienko
- Tiếng Việt CADMAN
- Yorùbá YCB
Spreuken5
Listen to this chapter
0:00
0:00
Luister naar de onderwijzing van de wijsheid
1
Mijn zoon! merk op mijn wijsheid, neig uw oor tot mijn verstand;
2
Opdat gij alle bedachtzaamheid behoudt, en uw lippen wetenschap bewaren.
Het bedrieglijke gevaar van overspel
3
Want de lippen der vreemde vrouw druppen honigzeem, en haar gehemelte is gladder dan olie.
4
Maar het laatste van haar is bitter als alsem, scherp als een tweesnijdend zwaard.
5
Haar voeten dalen naar den dood, haar treden houden de hel vast.
6
Opdat gij het pad des levens niet zoudt wegen, zijn haar gangen ongestadig, dat gij het niet merkt.
Gevolgen van het volgen van de vreemde vrouw
7
Nu dan, gij kinderen! hoort naar mij, en wijkt niet van de redenen mijns monds.
8
Maak uw weg verre van haar, en nader niet tot de deur van haar huis;
9
Opdat gij anderen uw eer niet geeft, en uw jaren den wrede;
10
Opdat de vreemden zich niet verzadigen van uw vermogen, en al uw smartelijke arbeid niet kome in het huis des onbekenden;
11
En gij in uw laatste brult, als uw vlees, en uw lijf verteerd is;
12
En zegt: Hoe heb ik de tucht gehaat, en mijn hart de bestraffing versmaad!
13
En heb niet gehoord naar de stem mijner onderwijzers, noch mijn oren geneigd tot mijn leraars!
14
Ik ben bijna in alle kwaad geweest, in het midden der gemeente en der vergadering!
De vreugde van huwelijkstrouw
15
Drink water uit uw bak, en vloeden uit het midden van uw bornput;
16
Laat uw fonteinen zich buiten verspreiden, en de waterbeken op de straten;
17
Laat ze de uwe alleen zijn, en van geen vreemde met u.
18
Uw springader zij gezegend; en verblijd u vanwege de huisvrouw uwer jeugd;
19
Een zeer liefelijke hinde, en een aangenaam steengeitje; laat u haar borsten te allen tijd dronken maken; dool steeds in haar liefde.
20
En waarom zoudt gij, mijn zoon, in een vreemde dolen, en den schoot der onbekende omvangen?
De HEERE ziet alle wegen
21
Want eens iegelijks wegen zijn voor de ogen des HEEREN, en Hij weegt al zijne gangen.
22
Den goddeloze zullen zijn ongerechtigheden vangen, en met de banden zijner zonden zal hij vastgehouden worden.
23
Hij zal sterven, omdat hij zonder tucht geweest is, en in de grootheid zijner dwaasheid zal hij verdwalen.
Use ← → arrow keys to navigate
Settings
Reading Style
Typeface
Font Size px
Reading Width chars
Options
Study Note