Psalmen 83:1-12
1
Een lied, een psalm van Asaf.
2
O God! zwijg niet, houd U niet als doof, en zijt niet stil, o God!
3
Want zie, Uw vijanden maken getier, en Uw haters steken het hoofd op.
4
Zij maken listiglijk een heimelijken aanslag tegen Uw volk, en beraadslagen zich tegen Uw verborgenen.
5
Zij hebben gezegd: Komt, en laat ons hen uitroeien, dat zij geen volk meer zijn; dat aan den naam Israels niet meer gedacht worde.
6
Want zij hebben in het hart te zamen geraadslaagd; tegen U hebben zij een verbond gemaakt;
7
De tenten van Edom en der Ismaelieten, Moab en de Hagarenen;
8
Gebal, en Ammon, en Amalek, Palestina met de inwoners van Tyrus.
9
Ook heeft zich Assur bij hen gevoegd; zij zijn den kinderen van Lot tot een arm geweest. Sela.
10
Doe hun als Midian, als Sisera, als Jabin aan de beek Kison;
11
Die verdelgd zijn te Endor; zij zijn geworden tot drek der aarde.
12
Maak hen en hun prinsen als Oreb en als Zeeb, en al hun vorsten als Zebah en als Zalmuna;
Settings