Skip to content

Bijbelverzen over The, Are Compared To Wicked

58 verzen · 55 aspecten

Belangrijke bijbelverzen

Filter op boek
  1. Daarom waren haar inwoners handeloos; zij waren verslagen en beschaamd; zij waren als het gras des velds, en de groene grasscheutjes, het hooi der daken, en het brandkoren, eer het over einde staat.

  2. Dan zal een verstandeloos man kloekzinnig worden; hoewel de mens als het veulen eens woudezels geboren is.

  3. Hij zal wegvlieden als een droom, dat men hem niet vinden zal, en hij zal verjaagd worden als een gezicht des nachts.

  4. Dat zij gelijk stro worden voor den wind, en gelijk kaf, dat de wervelwind wegsteelt;

  5. Alzo zijn de goddelozen niet, maar als het kaf, dat de wind henendrijft.

  6. Hij is gelijk als een leeuw, die begeert te roven, en als een jonge leeuw, zittende in verborgen plaatsen.

  7. Uw hand zal alle vijanden vinden; uw rechterhand zal uw haters vinden.

  8. Zo wees niet verre van mij, want benauwdheid is nabij; want er is geen helper.

  9. Want als gras zullen zij haast worden afgesneden, en als de groene grasscheutjes zullen zij afvallen.

  10. Resch. Ik heb gezien een gewelddrijvende goddeloze, die zich uitbreidde als een groene inlandse boom.

  11. Hun binnenste gedachte is, dat hun huizen zullen zijn in eeuwigheid, hun woningen van geslacht tot geslacht; zij noemen de landen naar hun namen.

  12. De goddelozen zijn vervreemd van de baarmoeder aan; de leugensprekers dolen van moeders buik aan.

  13. God zal opstaan, Zijn vijanden zullen verstrooid worden, en Zijn haters zullen van Zijn aangezicht vlieden.

  14. Die zeiden: Laat ons de schone woningen Gods voor ons in erfelijke bezitting nemen.

  15. Een onvernuftig man weet er niet van, en een dwaas verstaat ditzelve niet;

  16. Dat die hen maken hun gelijk worden, en al wie op hen vertrouwt.

  17. Zij hadden mij omringd als bijen; zij zijn uitgeblust als een doornenvuur; het is in den Naam des HEEREN, dat ik ze verhouwen heb.

  18. Gij doet alle goddelozen der aarde weg als schuim, daarom heb ik Uw getuigenissen lief.

  19. Gelijk een wervelwind voorbijgaat, alzo is de goddeloze niet meer; maar de rechtvaardige is een eeuwige grondvest.

  20. Gelijk een hond tot zijn uitspuwsel wederkeert, alzo herneemt de zot zijn dwaasheid.

  21. Brandende lippen, en een boos hart, zijn als een potscherf met schuim van zilver overtogen.

  22. Want gij zult zijn als een eik, welks bladeren afvallen, en als een hof, die geen water heeft.

  23. Zo hij ter rechterhand snijdt, zal hij toch hongeren, en zo hij ter linkerhand eet, zal hij toch niet verzadigd worden; een iegelijk zal het vlees zijns arms eten;

  24. Maar gij zijt verworpen van uw graf, als een gruwelijke scheut, als een kleed der gedoden, die met het zwaard doorstoken zijn; als die nederdalen in een steenkuil, als een vertreden dood lichaam.

  25. Ziet, de Heere HEERE helpt Mij, wie is het, die Mij zal verdoemen? Ziet, zij zullen altemaal als een kleed verouden, die mot zal hen eten.