Skip to content

Bijbelverzen over Reasoning

59 verzen · 8 aspecten

Belangrijke bijbelverzen

Filter op boek
  1. En de HEERE zeide tot hem: Wie heeft den mens den mond gemaakt, of wie heeft den stomme, of dove, of ziende, of blinde gemaakt? Ben Ik het niet, de HEERE?

  2. Gij zult u voor die niet buigen, noch hen dienen; want Ik, de HEERE uw God, ben een ijverig God, Die de misdaad der vaderen bezoek aan de kinderen, aan het derde, en aan het vierde lid dergenen, die Mij haten;

  3. Want in zes dagen heeft de HEERE den hemel en de aarde gemaakt, de zee en al wat daarin is, en Hij rustte ten zevenden dage; daarom zegende de HEERE den sabbatdag, en heiligde denzelven.

  4. Gij zult niet doen naar alles, wat wij hier heden doen, een ieder al wat in zijn ogen recht is.

  5. Maar ik zal tot den Almachtige spreken, en ben belust mij te verdedigen voor God.

  6. Hoort naarstiglijk mijn rede, en mijn aanwijzing met uw oren.

  7. Ziet nu, ik heb het recht ordentelijk gesteld; ik weet, dat ik rechtvaardig zal verklaard worden.

  8. Wie is hij, die met mij twist? Wanneer ik nu zweeg, zo zou ik den geest geven.

  9. Alleenlijk doe twee dingen niet met mij; dan zal ik mij van Uw aangezicht niet verbergen.

  10. Doe Uw hand verre van op mij, en Uw verschrikking make mij niet verbaasd.

  11. Roep dan, en ik zal antwoorden; of ik zal spreken, en geef mij antwoord.

  12. Hoeveel misdaden en zonden heb ik? Maak mijn overtreding en mijn zonden mij bekend.

  13. Waarom verbergt Gij Uw aangezicht, en houdt mij voor Uw vijand?

  14. Zult Gij een gedreven blad verbrijzelen, en zult Gij een drogen stoppel vervolgen?

  15. Want Gij schrijft tegen mij bittere dingen; en Gij doet mij erven de misdaden mijner jonkheid.

  16. Gij legt ook mijn voeten in den stok, en neemt waar al mijn paden; Gij drukt U in de wortelen mijner voeten,

  17. En hij veroudert als een verrotting, als een kleed, dat de mot opeet.

  18. Vertrouw op den HEERE met uw ganse hart, en steun op uw verstand niet.

  19. Er is een weg, die iemand recht schijnt; maar het laatste van dien zijn wegen des doods.

  20. Komt dan, en laat ons samen rechten, zegt de HEERE; al waren uw zonden als scharlaken, zij zullen wit worden als sneeuw, al waren zij rood als karmozijn, zij zullen worden als witte wol.

  21. Nu dan, gij inwoners van Jeruzalem, en gij mannen van Juda, oordeelt toch tussen Mij en tussen Mijn wijngaard.

  22. Wat is er meer te doen aan Mijn wijngaard, hetwelk Ik aan hem niet gedaan heb? Waarom heb Ik verwacht, dat hij goede druiven voortbrengen zou, en hij heeft stinkende druiven voortgebracht?

  23. Maakt Mij indachtig, laat ons te zamen richten, vertelt gij uw redenen, opdat gij moogt gerechtvaardigd worden.

  24. Ter zelfder tijd kwam mijn verstand weder in mij; ook kwam de heerlijkheid mijns koninkrijks, mijn majesteit en mijn glans weder op mij; en mijn raadsheren en mijn geweldigen zochten mij, en ik werd in mijn koninkrijk bevestigd; en mij werd groter heerlijkheid toegevoegd.

  25. Hoort des HEEREN woord, gij kinderen Israels! want de HEERE heeft een twist met de inwoners des lands, omdat er geen trouw, en geen weldadigheid, en geen kennis van God in het land is;