Skip to content

Bijbelverzen over Mountains

136 verzen · 82 aspecten

Belangrijke bijbelverzen

Filter op boek
  1. Vreselijke dingen zult Gij ons in gerechtigheid antwoorden, o God onzes heils! o Vertrouwen aller einden der aarde, en der verre gelegenen aan de zee!

  2. Als de Almachtige de koningen daarin verstrooide, werd zij sneeuwwit als op Zalmon.

  3. De bergen zullen den volke vrede dragen, ook de heuvelen, met gerechtigheid.

  4. In Wiens hand de diepste plaatsen der aarde zijn, en de hoogten der bergen zijn Zijne;

  5. De bergen smelten als was voor het aanschijn des HEEREN, voor het aanschijn des HEEREN der ganse aarde.

  6. Gij hadt ze met den afgrond als een kleed overdekt; de wateren stonden boven de bergen.

  7. De bergen rezen op, de dalen daalden, ter plaatse, die Gij voor hen gegrond hadt.

  8. Gij hebt een paal gesteld, dien zij niet overgaan zullen; zij zullen de aarde niet weder bedekken.

  9. Die de fonteinen uitzendt door de dalen, dat zij tussen de gebergten henen wandelen.

  10. Hij drenkt de bergen uit Zijn opperzalen; de aarde wordt verzadigd van de vrucht Uwer werken.

  11. De hoge bergen zijn voor de steenbokken; de steenrotsen zijn een vertrek voor de konijnen.

  12. Als Hij de aarde aanschouwt, zo beeft zij; als Hij de bergen aanroert, zo roken zij.

  13. De bergen sprongen als rammen, de heuvelen als lammeren.

  14. Gij bergen, dat gij opsprongt als rammen? gij heuvelen! als lammeren?

  15. Rondom Jeruzalem zijn bergen; alzo is de HEERE rondom Zijn volk, van nu aan tot in der eeuwigheid.

  16. Neig Uw hemelen, HEERE! en daal neder; raak de bergen aan, dat zij roken.

  17. Die de hemelen met wolken bedekt, Die voor de aarde regen bereidt; Die het gras op de bergen doet uitspruiten;

  18. Gij bergen en alle heuvelen; vruchtbomen en alle cederbomen!

  19. Als het gras zich openbaart, en de grasscheuten gezien worden, laat de kruiden der bergen verzameld worden.

  20. Dat is de stem mijns Liefsten, ziet Hem, Hij komt, springende op de bergen, huppelende op de heuvelen!

  21. Zie, gij zijt schoon, Mijn vriendin! zie, gij zijt schoon; uw ogen zijn duiven ogen tussen uw vlechten; uw haar is als een kudde geiten, die het gras van den berg Gileads afscheren.

  22. Totdat de dag aankomt, en de schaduwen vlieden, zal Ik gaan tot den mirreberg, en tot den wierookheuvel.

  23. Bij Mij van den Libanon af, o bruid! kom bij Mij van den Libanon af; zie van den top van Amana, van den top van Senir en van Hermon, van de woningen der leeuwinnen, van de bergen der luipaarden.

  24. Kom haastelijk, mijn Liefste! en wees Gij gelijk een ree, of gelijk een welp der herten op de bergen der specerijen.

  25. En het zal geschieden in het laatste der dagen, dat de berg van het huis des HEEREN zal vastgesteld zijn op den top der bergen, en dat hij zal verheven worden boven de heuvelen, en tot denzelven zullen alle heidenen toevloeien.