Skip to content

Bijbelverzen over Judgments

271 verzen · 91 aspecten

Belangrijke bijbelverzen

Filter op boek
  1. He. Hij heeft Zijn pijlen in mijn nieren doen ingaan.

  2. He. Ik ben al mijn volk tot belaching geworden, hun snarenspel den gansen dag.

  3. He. Hij heeft mij met bitterheden verzadigd, Hij heeft mij met alsem dronken gemaakt.

  4. Vau. Hij heeft mijn tanden met zandsteentjes verbrijzeld, Hij heeft mij in de as nedergedrukt.

  5. Vau. En Gij hebt mijn ziel verre van den vrede verstoten, ik heb het goede vergeten.

  6. Vau. Toen zeide ik: Mijn sterkte is vergaan, en mijn hoop van den HEERE.

  7. Zain. Gedenk aan mijn ellende en aan mijn ballingschap, aan den alsem en galle.

  8. Zain. Mijn ziel gedenkt er wel terdege aan, en zij bukt zich neder in mij.

  9. Daartoe heb Ik ook den regen van ulieden geweerd, als er nog drie maanden waren tot den oogst, en heb doen regenen over de ene stad, maar over de andere stad niet doen regenen; het ene stuk lands werd beregend, maar het andere stuk lands, waar het niet op regende, verdorde.

  10. En twee, drie steden togen om tot een stad, opdat zij water mochten drinken, maar werden niet verzadigd; nochtans hebt gij u niet bekeerd tot Mij, spreekt de HEERE.

  11. Ik heb ulieden geslagen met brandkoren en met honigdauw; de veelheid uwer hoven, en uwer wijngaarden, en uwer vijgebomen, en uwer olijfbomen at de rups op; nochtans hebt gij u niet bekeerd tot Mij, spreekt de HEERE.

  12. En een zeker man, met name Ananias, met Saffira, zijn vrouw, verkocht een have;

  13. En onttrok van den prijs, ook met medeweten zijner vrouw; en bracht een zeker deel, en legde dat aan de voeten der apostelen.

  14. En Petrus zeide: Ananias, waarom heeft de satan uw hart vervuld, dat gij den Heiligen Geest liegen zoudt, en onttrekken van den prijs des lands?

  15. Zo het gebleven ware, bleef het niet uw, en verkocht zijnde, was het niet in uw macht? Wat is het, dat gij deze daad in uw hart hebt voorgenomen? Gij hebt den mensen niet gelogen, maar Gode.

  16. En Ananias, deze woorden horende, viel neder en gaf den geest. En er kwam grote vrees over allen, die dit hoorden.

  17. En de jongelingen, opstaande, schikten hem toe, en droegen hem uit, en begroeven hem.

  18. En het was omtrent drie uren daarna, dat ook zijn vrouw daar inkwam, niet wetende, wat er geschied was;

  19. En Petrus antwoordde haar: Zeg mij, hebt gijlieden het land voor zoveel verkocht? En zij zeide: Ja, voor zoveel.

  20. En Petrus zeide tot haar: Wat is het, dat gij onder u hebt overeengestemd te verzoeken den Geest des Heeren? Zie, de voeten dergenen, die uw man begraven hebben, zijn voor de deur, en zullen u uitdragen.

  21. En zij viel terstond neder voor zijn voeten, en gaf den geest. En de jongelingen ingekomen zijnde, vonden haar dood en droegen ze uit, en begroeven haar bij haar man.