Naar de inhoud

circa 1446–1406 BC

The Wilderness Years

Forty years of wandering in the desert test Israel's faith and prepare a new generation to enter the promised land.

2,247 verzen · 2 boeken behandeld

Verzen uit dit tijdvak

Filter op boek
  1. Deuteronomium 11:22ca. 1491 v.Chr.

    Want zo gij naarstiglijk houdt al deze geboden, die ik u gebiede om die te doen, den HEERE, uw God, liefhebbende, wandelende in al Zijn wegen, en Hem aanhangende;

  2. Deuteronomium 11:23ca. 1491 v.Chr.

    Zo zal de HEERE al deze volken voor uw aangezicht uit de bezitting verdrijven, en gij zult erfelijk bezitten groter en machtiger volken, dan gij zijt.

  3. Deuteronomium 11:24ca. 1491 v.Chr.

    Alle plaats, waar uw voetzool op treedt, zal de uwe zijn; van de woestijn en den Libanon, van de rivier, de rivier Frath, tot aan de achterste zee, zal uw landpale zijn.

  4. Deuteronomium 11:25ca. 1491 v.Chr.

    Niemand zal voor uw aangezicht bestaan; de HEERE, uw God, zal uw schrik en uw vreze geven over al het land, waarop gij treden zult, gelijk als Hij tot u gesproken heeft.

  5. Deuteronomium 11:26ca. 1491 v.Chr.

    Ziet, ik stel ulieden heden voor, zegen en vloek:

  6. Deuteronomium 11:27ca. 1491 v.Chr.

    Den zegen, wanneer gij horen zult naar de geboden des HEEREN, uws Gods, die ik u heden gebiede;

  7. Deuteronomium 11:28ca. 1491 v.Chr.

    Maar den vloek, zo gij niet horen zult naar de geboden des HEEREN, uws Gods, en afwijkt van den weg, dien ik u heden gebiede, om andere goden na te wandelen, die gij niet gekend hebt.

  8. Deuteronomium 11:29ca. 1491 v.Chr.

    En het zal geschieden, als u de HEERE, uw God, zal hebben ingebracht in het land, waar gij naar toe gaat, om dat te erven; dan zult gij den zegen uitspreken op den berg Gerizim, en den vloek op den berg Ebal.

  9. Deuteronomium 11:30ca. 1491 v.Chr.

    Zijn zij niet aan gene zijde van de Jordaan, achter den weg van den ondergang der zon, in het land der Kanaanieten, die in het vlakke veld wonen, tegenover Gilgal, bij de eikenbossen van More?

  10. Deuteronomium 11:31ca. 1491 v.Chr.

    Want gijlieden zult over de Jordaan gaan, dat gij inkomet om te erven dat land, dat de HEERE, uw God, u geven zal; en gij zult het erfelijk bezitten, en daarin wonen.

  11. Deuteronomium 11:32ca. 1491 v.Chr.

    Neemt dan waar te doen al de inzettingen en de rechten, die ik u heden voorstel.

  12. Deuteronomium 12:1ca. 1451 v.Chr.

    Dit zijn de inzettingen en de rechten, die gijlieden zult waarnemen om te doen, in dat land, hetwelk u de HEERE, uwer vaderen God, gegeven heeft, om het te erven; al de dagen, die gijlieden op den aardbodem leeft.

  13. Deuteronomium 12:2ca. 1451 v.Chr.

    Gij zult ganselijk vernielen al de plaatsen, alwaar de volken, die gij zult erven, hun goden gediend hebben; op de hoge bergen, en op de heuvelen, en onder allen groenen boom.

  14. Deuteronomium 12:3ca. 1451 v.Chr.

    En gij zult hun altaren afwerpen, en hun opgerichte beelden verbreken, en hun bossen met vuur verbranden, en de gesneden beelden hunner goden nederhouwen; en gij zult hun naam te niet doen uit diezelve plaats.

  15. Deuteronomium 12:4ca. 1451 v.Chr.

    Gij zult den HEERE, uw God, alzo niet doen!

  16. Deuteronomium 12:5ca. 1451 v.Chr.

    Maar naar de plaats, die de HEERE, uw God, uit al uw stammen verkiezen zal, om Zijn Naam aldaar te zetten, naar Zijn woning zult gijlieden vragen, en daarheen zult gij komen;

  17. Deuteronomium 12:6ca. 1451 v.Chr.

    En daarheen zult gijlieden brengen uw brandofferen, en uw slachtofferen, en uw tienden, en het hefoffer uwer hand, en uw geloften, en uw vrijwillige offeren, en de eerstgeboorten uwer runderen en uwer schapen.

  18. Deuteronomium 12:7ca. 1451 v.Chr.

    En aldaar zult gijlieden voor het aangezicht des HEEREN, uws Gods, eten en vrolijk zijn, gijlieden en uw huizen, over alles, waaraan gij uw hand geslagen hebt, waarin u de HEERE, uw God, gezegend heeft.

  19. Deuteronomium 12:8ca. 1451 v.Chr.

    Gij zult niet doen naar alles, wat wij hier heden doen, een ieder al wat in zijn ogen recht is.

  20. Deuteronomium 12:9ca. 1451 v.Chr.

    Want gij zijt tot nu toe niet gekomen in de rust en in de erfenis, die de HEERE, uw God, u geven zal.

  21. Deuteronomium 12:10ca. 1451 v.Chr.

    Maar gij zult over de Jordaan gaan, en wonen in het land, dat u de HEERE, uw God, zal doen erven; en Hij zal u rust geven van al uw vijanden rondom, en gij zult zeker wonen.

  22. Deuteronomium 12:11ca. 1451 v.Chr.

    Dan zal er een plaats zijn, die de HEERE, uw God, verkiezen zal, om Zijn Naam aldaar te doen wonen; daarheen zult gij brengen alles, wat ik u gebiede: uw brandofferen, en uw slachtofferen, uw tienden, en het hefoffer uwer hand, en alle keur uwer geloften, die gij den HEERE beloven zult.

  23. Deuteronomium 12:12ca. 1451 v.Chr.

    En gij zult vrolijk zijn voor het aangezicht des HEEREN, uws Gods, gijlieden, en uw zonen, en uw dochteren, en uw dienstknechten, en uw dienstmaagden, en de Leviet, die in uw poorten is; want hij heeft geen deel noch erve met ulieden.

  24. Deuteronomium 12:13ca. 1451 v.Chr.

    Wacht u, dat gij uw brandofferen niet offert in alle plaats, die gij zien zult.

  25. Deuteronomium 12:14ca. 1451 v.Chr.

    Maar in de plaats, die de HEERE in een uwer stammen zal verkiezen, daar zult gij uw brandofferen offeren, en daar zult gij doen al wat ik u gebiede.