circa 800–400 BC
The Hebrew Prophets
God speaks through Isaiah, Jeremiah, and the minor prophets—calling Israel to repentance and foretelling the coming Messiah.
Verzen uit dit tijdvak
Hoe zoudt gij stil houden? De HEERE heeft toch aan het zwaard bevel gegeven; tegen Askelon en tegen de zeehaven, aldaar heeft Hij het besteld.
- Jeremia 48:1ca. 584 v.Chr.
Tegen Moab zegt de HEERE der heirscharen, de God Israels, alzo: Wee over Nebo, want zij is verstoord; Kirjathaim is beschaamd, zij is ingenomen; de stad des hogen vertreks is beschaamd en verschrikt.
- Jeremia 48:2ca. 584 v.Chr.
Moabs roem van Hesbon is er niet meer; zij hebben kwaad tegen haar gedacht, zeggende: Komt, en laat ons haar uitroeien, dat zij geen volk meer zij; ook gij, o Madmen! zult nedergehouwen worden, het zwaard zal achter u heengaan.
- Jeremia 48:3ca. 584 v.Chr.
Er is een stem des gekrijts van Horonaim; verstoring en een grote breuk!
- Jeremia 48:4ca. 584 v.Chr.
Moab is verbroken; haar kleine kinderen hebben een gekrijt laten horen.
- Jeremia 48:5ca. 584 v.Chr.
Want in den opgang van Luhith zal geween bij geween opgaan, want in den afgang van Horonaim hebben Moabs wederpartijders een jammergeschrei gehoord.
- Jeremia 48:6ca. 584 v.Chr.
Vlucht, redt ulieder ziel! en wordt als de heide in de woestijn;
- Jeremia 48:7ca. 584 v.Chr.
Want om uw vertrouwen op uw werken, en op uw schatten, zult gij ook ingenomen worden; en Kamos zal henen uitgaan in gevangenis, zijn priesteren en zijn vorsten te zamen.
- Jeremia 48:8ca. 584 v.Chr.
Want de verstoorder zal komen over elke stad, dat niet een stad ontkomen zal; en het dal zal verderven, en het effen veld verdelgd worden; want de HEERE heeft het gezegd.
- Jeremia 48:9ca. 584 v.Chr.
Geeft Moab vederen, want al vliegende zal zij uitgaan; en haar steden zullen ter verwoesting worden, dat niemand in dezelve wone.
- Jeremia 48:10ca. 584 v.Chr.
Vervloekt zij, die des HEEREN werk bedriegelijk doet; ja, vervloekt zij, die zijn zwaard van het bloed onthoudt!
- Jeremia 48:11ca. 584 v.Chr.
Moab is van zijn jeugd aan gerust geweest, en hij heeft op zijn heffe stil gelegen, en is van vat in vat niet geledigd, en heeft niet gewandeld in gevangenis; daarom is zijn smaak in hem gebleven, en zijn reuk niet veranderd.
- Jeremia 48:12ca. 584 v.Chr.
Daarom, ziet, de dagen komen, spreekt de HEERE, dat Ik hem vreemde gasten zal toeschikken, die hem in vreemde plaatsen zullen voeren, en zijn vaten ledigen, en hunlieder flessen in stukken slaan.
- Jeremia 48:13ca. 584 v.Chr.
En Moab zal beschaamd worden vanwege Kamos, gelijk als het huis Israels beschaamd is geworden vanwege Beth-El, hunlieder vertrouwen.
- Jeremia 48:14ca. 584 v.Chr.
Hoe zult gij zeggen: Wij zijn helden en dappere mannen ten strijde?
- Jeremia 48:15ca. 584 v.Chr.
Moab is verstoord, en uit zijn steden opgegaan, en de keur zijner jongelingen is ter slachting afgegaan, spreekt de Koning, Wiens Naam is HEERE der heirscharen.
- Jeremia 48:16ca. 584 v.Chr.
Moabs verderf is nabij om te komen, en zijn kwaad haast zeer.
- Jeremia 48:17ca. 584 v.Chr.
Beklaagt hem, gij allen, die rondom hem zijt, en allen, die zijn naam kent; zegt: Hoe is de sterke staf, de sierlijke stok verbroken?
- Jeremia 48:18ca. 584 v.Chr.
Daal neder uit uw heerlijkheid, en woon in dorst, gij inwoneres, gij dochter van Dibon! want Moabs verstoorder is tegen u opgetogen, hij heeft uw vestingen verdorven.
- Jeremia 48:19ca. 584 v.Chr.
Sta aan den weg, en zie toe, gij inwoneres van Aroer! Vraag den vluchtenden man en de ontkomene vrouw; zeg: Wat is er geschied?
- Jeremia 48:20ca. 584 v.Chr.
Moab is beschaamd, want hij is verslagen; huilt en krijt! verkondigt te Arnon, dat Moab verstoord is.
- Jeremia 48:21ca. 584 v.Chr.
En het oordeel is gekomen over het vlakke land; over Holon, en over Jahza, en over Mefaath.
- Jeremia 48:22ca. 584 v.Chr.
En over Dibon, en over Nebo, en over Beth-Diblathaim,
- Jeremia 48:23ca. 584 v.Chr.
En over Kirjathaim, en over Beth-Gamul, en over Beth-Meon,
- Jeremia 48:24ca. 584 v.Chr.
En over Kerioth, en over Bozra; ja, over alle steden van Moabs land, die verre en die nabij zijn.