Naar de inhoud

God

11,427 verzen · 2 familieleden

Verzen die God noemen

Filter op boek
  1. Want de afwijker is den HEERE een gruwel; maar Zijn verborgenheid is met den oprechte.

  2. De vloek des HEEREN is in het huis des goddelozen; maar de woning der rechtvaardigen zal Hij zegenen.

  3. Zekerlijk, de spotters zal Hij bespotten, maar den zachtmoedigen zal Hij genade geven.

  4. Want eens iegelijks wegen zijn voor de ogen des HEEREN, en Hij weegt al zijne gangen.

  5. Deze zes haat de HEERE; ja, zeven zijn Zijn ziel een gruwel:

  6. De vreze des HEEREN is, te haten het kwade, de hovaardigheid, en den hoogmoed, en den kwaden weg; Ik haat ook den mond der verkeerdheden.

  7. De HEERE bezat Mij in het beginsel Zijns wegs, voor Zijn werken, van toen aan.

  8. Hij had de aarde nog niet gemaakt, noch de velden, noch de aanvang van de stofjes der wereld.

  9. Toen Hij de hemelen bereidde, was Ik daar; toen Hij een cirkel over het vlakke des afgronds beschreef;

  10. Toen Hij de opperwolken van boven vestigde; toen Hij de fonteinen des afgronds vastmaakte;

  11. Toen Hij der zee haar perk zette, opdat de wateren Zijn bevel niet zouden overtreden; toen Hij de grondvesten der aarde stelde;

  12. Toen was Ik een voedsterling bij Hem, en Ik was dagelijks Zijn vermakingen, te aller tijd voor Zijn aangezicht spelende;

  13. Spelende in de wereld Zijns aardrijks, en Mijn vermakingen zijn met de mensenkinderen.

  14. Want die Mij vindt, vindt het leven, en trekt een welgevallen van den HEERE.

  15. De vreze des HEEREN is het beginsel der wijsheid, en de wetenschap der heiligen is verstand.

  16. De HEERE laat de ziel des rechtvaardigen niet hongeren; maar de have der goddelozen stoot Hij weg.

  17. De zegen des HEEREN, die maakt rijk; en Hij voegt er geen smart bij.

  18. De vreze des HEEREN vermeerdert de dagen; maar de jaren der goddelozen worden verkort.

  19. De weg des HEEREN is voor den oprechte sterkte; maar voor de werkers der ongerechtigheid verstoring.

  20. Een bedriegelijke weegschaal is den HEERE een gruwel; maar een volkomen weegsteen is Zijn welgevallen.

  21. De verkeerden van hart zijn den HEERE een gruwel; maar de oprechten van weg zijn Zijn welgevallen.

  22. De goede zal een welgevallen trekken van den HEERE; maar een man van schandelijke verdichtselen zal Hij verdoemen.

  23. Valse lippen zijn den HEERE een gruwel; maar die trouwelijk handelen, zijn Zijn welgevallen.

  24. Die in zijn oprechtheid wandelt, vreest den HEERE; maar die afwijkt in zijn wegen, veracht Hem.

  25. In de vreze des HEEREN is een sterk vertrouwen, en Hij zal Zijn kinderen een Toevlucht wezen.