God
Verzen die God noemen
Alzo heeft Hij geen volk gedaan; en Zijn rechten, die kennen zij niet. Hallelujah!
Hallelujah! Looft den HEERE uit de hemelen; looft Hem in de hoogste plaatsen!
Looft Hem, al Zijn engelen! Looft Hem, al Zijn heirscharen!
Looft Hem, zon en maan! Looft Hem, alle gij lichtende sterren!
Looft Hem, gij hemelen der hemelen! en gij wateren, die boven de hemelen zijt!
Dat zij den Naam des HEEREN loven; want als Hij het beval, zo werden zij geschapen.
En Hij heeft ze bevestigd voor altoos in eeuwigheid; Hij heeft hun een orde gegeven, die geen van hen zal overtreden.
Looft den HEERE, van de aarde; gij walvissen en alle afgronden!
Vuur en hagel, sneeuw en damp; gij stormwind, die Zijn woord doet!
Dat zij den Naam des HEEREN loven; want Zijn Naam alleen is hoog verheven; Zijn majesteit is over de aarde en den hemel.
En Hij heeft den hoorn Zijns volks verhoogd, den roem al Zijner gunstgenoten, der kinderen Israels, des volks, dat nabij Hem is. Hallelujah!
Hallelujah! Zingt den HEERE een nieuw lied; Zijn lof zij in de gemeente Zijner gunstgenoten.
Dat Israel zich verblijde in Dengene, Die hem gemaakt heeft; dat de kinderen Sions zich verheugen over hun Koning.
Dat zij Zijn Naam loven op de fluit; dat zij Hem psalmzingen op de trommel en harp.
Want de HEERE heeft een welgevallen aan Zijn volk; Hij zal de zachtmoedigen versieren met heil.
De verheffingen Gods zullen in hun keel zijn; en een tweesnijdend zwaard in hun hand;
Om het beschreven recht over hen te doen. Dit zal de heerlijkheid van al Zijn gunstgenoten zijn. Hallelujah!
Hallelujah! Looft God in Zijn heiligdom; looft Hem in het uitspansel Zijner sterkte!
Looft Hem vanwege Zijn mogendheden; looft Hem naar de menigvuldigheid Zijner grootheid!
Looft Hem met geklank der bazuin; looft Hem met de luit en met de harp!
Looft Hem met de trommel en fluit; looft Hem met snarenspel en orgel!
Looft Hem met hel klinkende cimbalen; looft Hem met cimbalen van vreugdegeluid!
Alles, wat adem heeft, love den HEERE! Hallelujah!
De vrees des HEEREN is het beginsel der wetenschap; de dwazen verachten wijsheid en tucht.
Keert u tot Mijn bestraffing; ziet, Ik zal Mijn Geest ulieden overvloediglijk uitstorten; Ik zal Mijn woorden u bekend maken.