God
Verzen die God noemen
Die een vrouw gevonden heeft, heeft een goede zaak gevonden, en hij heeft welgevallen getrokken van den HEERE.
De dwaasheid des mensen zal zijn weg verkeren; en zijn hart zal zich tegen den HEERE vergrammen.
Huis en goed is een erve van de vaderen; maar een verstandige vrouw is van den HEERE.
Die zich des armen ontfermt, leent den HEERE, en Hij zal hem zijn weldaad vergelden.
In het hart des mans zijn veel gedachten; maar de raad des HEEREN, die zal bestaan.
De vreze des HEEREN is ten leven; want men zal verzadigd zijnde vernachten; met het kwaad zal men niet bezocht worden.
Tweeerlei weegsteen, tweeerlei efa is den HEERE een gruwel, ja die beide.
Een horend oor, en een ziend oog heeft de HEERE gemaakt, ja, die beide.
Zeg niet: Ik zal het kwaad vergelden; wacht op den HEERE, en Hij zal u verlossen.
Tweeerlei weegsteen is den HEERE een gruwel, en de bedriegelijke weegschaal is niet goed.
De treden des mans zijn van den HEERE; hoe zou dan een mens zijn weg verstaan?
De ziel des mensen is een lamp des HEEREN, doorzoekende al de binnenkameren des buiks.
Des konings hart is in de hand des HEEREN als waterbeken. Hij neigt het tot al wat Hij wil.
Alle weg des mensen is recht in zijn ogen; maar de HEERE weegt de harten.
Gerechtigheid en recht te doen is bij den HEERE uitgelezener dan offer.
De rechtvaardige let verstandelijk op des goddelozen huis, als God de goddelozen in het kwaad stort.
Er is geen wijsheid, en er is geen verstand, en er is geen raad tegen den HEERE.
Het paard wordt bereid tegen den dag des strijds; maar de overwinning is des HEEREN.
Rijken en armen ontmoeten elkander; de HEERE heeft hen allen gemaakt.
Het loon der nederigheid, met de vreze des HEEREN, is rijkdom, en eer, en leven.
De ogen des HEEREN bewaren de wetenschap; maar de zaken des trouwelozen zal Hij omkeren.
De mond der vreemde vrouwen is een diepe gracht; op welken de HEERE vergramd is, zal daarin vallen.
Opdat uw vertrouwen op den HEERE zij, maak ik u die heden bekend; gij ook maak ze bekend.
Want de HEERE zal hun twistzaak twisten, en Hij zal dengenen, die hen beroven, de ziel roven.
Uw hart zij niet nijdig over de zondaren; maar zijt ten allen dage in de vreze des HEEREN.