God
Verzen die God noemen
Maar God is Rechter; Hij vernedert dezen, en verhoogt genen.
Want in des HEEREN hand is een beker, en de wijn is beroerd, vol van mengeling, en Hij schenkt daaruit; doch alle goddelozen der aarde zullen zijn droesemen uitzuigende drinken.
Een psalm, een lied van Asaf, voor den opperzangmeester, op de Neginoth.
God is bekend in Juda; Zijn Naam is groot in Israel.
En in Salem is Zijn hut, en Zijn woning in Sion.
De stouthartigen zijn beroofd geworden; zij hebben hun slaap gesluimerd; en geen van de dappere mannen hebben hun handen gevonden.
Van Uw schelden, o God van Jakob! is samen wagen en paard in slaap gezonken.
Gij deedt een oordeel horen uit den hemel; de aarde vreesde en werd stil,
Als God opstond ten oordeel, om alle zachtmoedigen der aarde te verlossen. Sela.
Want de grimmigheid des mensen zal U loffelijk maken; het overblijfsel der grimmigheden zult Gij opbinden.
Doet geloften en betaalt ze den HEERE, uw God, gij allen, die rondom Hem zijt! Laat hen Dien, Die te vrezen is, geschenken brengen; [ (Psalms 76:13) Die den geest der vorsten als druiven afsnijdt; Die den koningen der aarde vreselijk is. ]
Een psalm van Asaf, voor den opperzangmeester, over Jeduthun.
Mijn stem is tot God, en ik roep; mijn stem is tot God, en Hij zal het oor tot mij neigen.
Ten dage mijner benauwdheid zocht ik den HEERE; mijn hand was des nachts uitgestrekt, en liet niet af; mijn ziel weigerde getroost te worden.
Ik dacht aan mijn snarenspel; in den nacht overlegde ik in mijn hart, en mijn geest onderzocht:
Zal dan de Heere in eeuwigheden verstoten, en voortaan niet meer goedgunstig zijn?
Houdt Zijn goedertierenheid in eeuwigheid op? Heeft de toezegging een einde, van geslacht tot geslacht?
Heeft God vergeten genadig te zijn? Heeft Hij Zijn barmhartigheden door toorn toegesloten? Sela.
Daarna zeide ik: Dit krenkt mij; maar de rechterhand des Allerhoogsten verandert.
Ik zal de daden des HEEREN gedenken; ja, ik zal gedenken Uw wonderen van ouds her;
En zal al Uw werken betrachten, en van Uw daden spreken.
O God! Uw weg is in het heiligdom; wie is een groot God, gelijk God?
Gij zijt die God, Die wonder doet; Gij hebt Uw sterkte bekend gemaakt onder de volken.
Gij hebt Uw volk door Uw arm verlost; de kinderen van Jakob en van Jozef. Sela.
De wateren zagen U, o God! de wateren zagen U, zij beefden; ook waren de afgronden beroerd.