- English
- King James KJV
- Complete Jewish CJB
- World English WEBM
- Berean Standard BSB
- American Standard ASV
- Geneva GNV
- Young's Literal YLT
- Douay-Rheims DRC
- International
- Shqip ALB
- العربية SVD
- বাংলা BN-IRV
- မြန်မာ Judson
- 简体文 CUV-S
- 繁體中文 CUV-T
- Čeština BKR
- Nederlands STVE
- Français LSG
- Deutsch SCH
- Ελληνικά Vamvas
- ગુજરાતી GU-IRV
- Hausa HCB
- עברית Hebrew
- हिन्दी HCV
- Magyar KAROLI
- Bahasa Indonesia INDO-TB
- Italiano Diodati
- 日本語 Kougo
- 한국어 Korean
- മലയാളം MAL
- मराठी MRCV
- Norsk DNB
- فارسی OPV
- Polski BG
- Português Almeida
- Română Cornilescu
- Русский Synodal
- Español RVG
- Kiswahili Neno
- Svenska SV1917
- Tagalog TAG-ADB
- தமிழ் TCV
- తెలుగు TSA
- ภาษาไทย THAI-KJV
- Українська Ohienko
- Tiếng Việt CADMAN
- Yorùbá YCB
Spreuken21
Listen to this chapter
0:00
0:00
Gods soevereiniteit en ware gerechtigheid
1
Des konings hart is in de hand des HEEREN als waterbeken. Hij neigt het tot al wat Hij wil.
2
Alle weg des mensen is recht in zijn ogen; maar de HEERE weegt de harten.
3
Gerechtigheid en recht te doen is bij den HEERE uitgelezener dan offer.
4
Hoogheid der ogen, en trotsheid des harten, en de ploeging der goddelozen, zijn zonde.
5
De gedachten des vlijtigen zijn alleen tot overschot; maar van een ieder, die haastig is, alleen tot gebrek.
6
Te arbeiden om schatten met een valse tong, is een voortgedrevene ijdelheid dergenen, die den dood zoeken.
7
De verwoesting der goddelozen zal hen doorsnijden, omdat zij weigeren recht te doen.
8
De weg des mensen is gans verkeerd en vreemd; maar het werk des zuiveren is recht.
Wijsheid voor het huisgezin
9
Het is beter te wonen op een hoek van het dak, dan met een kijfachtige huisvrouw, en dat in een huis van gezelschap.
Gerechtigheid, gevolgen en rijkdom
10
De ziel des goddelozen begeert het kwaad; zijn naaste krijgt geen genade in zijn ogen.
11
Als men den spotter straft, wordt de slechte wijs; en als men den wijze onderricht, neemt hij wetenschap aan.
12
De rechtvaardige let verstandelijk op des goddelozen huis, als God de goddelozen in het kwaad stort.
13
Die zijn oor stopt voor het geschrei des armen, die zal ook roepen, en niet verhoord worden.
14
Een gift in het verborgene houdt den toorn onder, en een geschenk in den schoot de sterke grimmigheid.
15
Het is den rechtvaardige een blijdschap recht te doen; maar voor de werkers der ongerechtigheid is het verschrikking.
16
Een mens, die van den weg des verstands afdwaalt, zal in de gemeente der doden rusten.
17
Die blijdschap liefheeft, die zal gebrek lijden; die wijn en olie liefheeft, zal niet rijk worden.
18
De goddeloze is een rantsoen voor de rechtvaardigen, en de trouweloze voor de oprechten.
19
Het is beter te wonen in een woest land, dan bij een zeer kijfachtige en toornige huisvrouw.
Vlijt, zelfbeheersing en luiheid
20
In des wijzen woning is een gewenste schat, en olie; maar een zot mens verslindt zulks.
21
Die rechtvaardigheid en weldadigheid najaagt, zal het leven, rechtvaardigheid en eer vinden.
22
De wijze beklimt de stad der geweldigen, en werpt de sterkte huns vertrouwens neder.
23
Die zijn mond en zijn tong bewaart, bewaart zijn ziel van benauwdheden.
24
Die een hovaardig pocher is, zijn naam is spotter; hij gaat met hovaardige verbolgenheid te werk.
25
De begeerte des luiaards zal hem doden, want zijn handen weigeren te werken.
26
Den gansen dag begeert hij begeerlijke dingen; maar de rechtvaardige zal geven, en niet inhouden.
De vruchteloosheid van goddeloze plannen
27
Het offer der goddelozen is een gruwel; hoeveel te meer, als zij het met een schandelijk voornemen brengen!
28
Een leugenachtig getuige zal vergaan; en een man, die hoort, zal spreken tot overwinning.
29
Een goddeloos man sterkt zich in zijn aangezicht; maar de oprechte, die maakt zijn weg vast.
30
Er is geen wijsheid, en er is geen verstand, en er is geen raad tegen den HEERE.
31
Het paard wordt bereid tegen den dag des strijds; maar de overwinning is des HEEREN.
Use ← → arrow keys to navigate
Settings
Reading Style
Typeface
Font Size px
Reading Width chars
Options
Study Note