- English
- King James KJV
- Complete Jewish CJB
- World English WEBM
- Berean Standard BSB
- American Standard ASV
- Geneva GNV
- Young's Literal YLT
- Douay-Rheims DRC
- International
- Shqip ALB
- العربية SVD
- বাংলা BN-IRV
- မြန်မာ Judson
- 简体文 CUV-S
- 繁體中文 CUV-T
- Čeština BKR
- Nederlands STVE
- Français LSG
- Deutsch SCH
- Ελληνικά Vamvas
- ગુજરાતી GU-IRV
- Hausa HCB
- עברית Hebrew
- हिन्दी HCV
- Magyar KAROLI
- Bahasa Indonesia INDO-TB
- Italiano Diodati
- 日本語 Kougo
- 한국어 Korean
- മലയാളം MAL
- मराठी MRCV
- Norsk DNB
- فارسی OPV
- Polski BG
- Português Almeida
- Română Cornilescu
- Русский Synodal
- Español RVG
- Kiswahili Neno
- Svenska SV1917
- Tagalog TAG-ADB
- தமிழ் TCV
- తెలుగు TSA
- ภาษาไทย THAI-KJV
- Українська Ohienko
- Tiếng Việt CADMAN
- Yorùbá YCB
Job18
Listen to this chapter
0:00
0:00
Bildad bestraft Jobs woorden
1
Toen antwoordde Bildad, de Suhiet, en zeide:
2
Hoe lang is het, dat gijlieden een einde van woorden zult maken? Merkt op, en daarna zullen wij spreken.
3
Waarom worden wij geacht als beesten, en zijn onrein in ulieder ogen?
4
O gij, die zijn ziel verscheurt door zijn toorn! Zal om uwentwil de aarde verlaten worden, en zal een rots versteld worden uit haar plaats?
De goddelozen gevangen in de duisternis
5
Ja, het licht der goddelozen zal uitgeblust worden, en de vonk zijns vuurs zal niet glinsteren.
6
Het licht zal verduisteren in zijn tent, en zijn lamp zal over hem uitgeblust worden.
7
De treden zijner macht zullen benauwd worden, en zijn raad zal hem nederwerpen.
8
Want met zijn voeten zal hij in het net geworpen worden, en zal in het wargaren wandelen.
9
De strik zal hem bij de verzenen vatten; de struikrover zal hem overweldigen.
10
Zijn touw is in de aarde verborgen, en zijn val op het pad.
Schrik en verwoesting wachten de goddelozen
11
De beroeringen zullen hem rondom verschrikken, en hem verstrooien op zijn voeten.
12
Zijn macht zal hongerig wezen, en het verderf is bereid aan zijn zijde.
13
De eerstgeborene des doods zal de grendelen zijner huid verteren, zijn grendelen zal hij verteren.
14
Zijn vertrouwen zal uit zijn tent uitgerukt worden; zulks zal hem doen treden tot den koning der verschrikkingen.
Volledige uitroeiing van naam en nageslacht
15
Zij zal wonen in zijn tent, waar zij de zijne niet is; zijn woning zal met zwavel overstrooid worden.
16
Van onder zullen zijn wortelen verdorren, en van boven zal zijn tak afgesneden worden.
17
Zijn gedachtenis zal vergaan van de aarde, en hij zal geen naam hebben op de straten.
18
Men zal hem stoten van het licht in de duisternis, en men zal hem van de wereld verjagen.
19
Hij zal geen zoon, noch neef hebben onder zijn volk; en niemand zal in zijn woningen overig zijn.
20
Over zijn dag zullen de nakomelingen verbaasd zijn, en de ouden met schrik bevangen worden.
21
Gewisselijk, zodanige zijn de woningen des verkeerden, en dit is de plaats desgenen die God niet kent.
Use ← → arrow keys to navigate
Settings
Reading Style
Typeface
Font Size px
Reading Width chars
Options
Study Note