Skip to content
Psalmen 83:4-14

Psalmen 83:4-14

4
Zij maken listiglijk een heimelijken aanslag tegen Uw volk, en beraadslagen zich tegen Uw verborgenen.
5
Zij hebben gezegd: Komt, en laat ons hen uitroeien, dat zij geen volk meer zijn; dat aan den naam Israels niet meer gedacht worde.
6
Want zij hebben in het hart te zamen geraadslaagd; tegen U hebben zij een verbond gemaakt;
7
De tenten van Edom en der Ismaelieten, Moab en de Hagarenen;
8
Gebal, en Ammon, en Amalek, Palestina met de inwoners van Tyrus.
9
Ook heeft zich Assur bij hen gevoegd; zij zijn den kinderen van Lot tot een arm geweest. Sela.
10
Doe hun als Midian, als Sisera, als Jabin aan de beek Kison;
11
Die verdelgd zijn te Endor; zij zijn geworden tot drek der aarde.
12
Maak hen en hun prinsen als Oreb en als Zeeb, en al hun vorsten als Zebah en als Zalmuna;
13
Die zeiden: Laat ons de schone woningen Gods voor ons in erfelijke bezitting nemen.
14
Mijn God! maak hen als een wervel, als stoppelen voor den wind.

Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein