Skip to content

Bijbelverzen over Peace

68 verzen · 38 aspecten

Belangrijke bijbelverzen

Filter op boek
  1. En Mozes vluchtte op dat woord en werd een vreemdeling in het land Madiam, waar hij twee zonen gewon.

  2. Welke Jason in zijn huis genomen heeft; en alle dezen doen tegen de geboden des keizers, zeggende, dat er een andere Koning is, namelijk Jezus.

  3. En zij beroerden de schare, en de oversten der stad, die dit hoorden.

  4. Doch als zij van Jason en de anderen vergenoeging ontvangen hadden, lieten zij hen gaan.

  5. Indien het mogelijk is, zoveel in u is, houdt vrede met alle mensen.

  6. Zo dan laat ons najagen, hetgeen tot den vrede, en hetgeen tot de stichting onder elkander dient.

  7. Want God is geen God van verwarring, maar van vrede, gelijk in al de Gemeenten der heiligen.

  8. Voorts, broeders, zijt blijde, wordt volmaakt, zijt getroost, zijt eensgezind, leeft in vrede; en de God der liefde en des vredes zal met u zijn.

  9. U benaarstigende te behouden de enigheid des Geestes door den band des vredes.

  10. En acht hen zeer veel in liefde, om huns werks wil. Zijt vreedzaam onder elkander.

  11. Doch de zodanigen bevelen en vermanen wij door onzen Heere Jezus Christus, dat zij met stilheid werkende, hun eigen brood eten.

  12. Voor koningen, en allen, die in hoogheid zijn; opdat wij een gerust en stil leven leiden mogen in alle godzaligheid en eerbaarheid.

  13. Maar vlied de begeerlijkheden der jonkheid; en jaag naar rechtvaardigheid, geloof, liefde, vrede, met degenen, die den Heere aanroepen uit een rein hart.

  14. Jaagt den vrede na met allen, en de heiligmaking, zonder welke niemand den Heere zien zal;

  15. Maar de wijsheid, die van boven is, die is ten eerste zuiver, daarna vreedzaam, bescheiden, gezeggelijk, vol van barmhartigheid en van goede vruchten, niet partijdig oordelende, en ongeveinsd.

  16. En de vrucht der rechtvaardigheid wordt in vrede gezaaid voor degenen, die vrede maken.

  17. Want wie het leven wil liefhebben, en goede dagen zien, die stille zijn tong van het kwaad, en zijn lippen, dat zij geen bedrog spreken;

  18. Die wijke af van het kwade, en doe het goede; die zoeke vrede en jage denzelven na.