Skip to content

Bijbelverzen over Missions

60 verzen · 3 aspecten

Belangrijke bijbelverzen

Filter op boek
  1. Toen gebood de koning van Assyrie, zeggende: Brengt een der priesteren daarheen, die gijlieden van daar weggevoerd hebt, dat zij henentrekken, en wonen aldaar; en dat hij hun lere de wijze des Gods van het land.

  2. Zo kwam een uit de priesteren, die zij van Samaria weggevoerd hadden, en woonde te Beth-El; en hij leerde hun, hoe zij den HEERE vrezen zouden.

  3. Zingt den HEERE, gij, ganse aarde, boodschapt Zijn heil van dag tot dag.

  4. Vertelt Zijn eer onder de heidenen, Zijn wonderwerken onder alle volken.

  5. Die mij uithelpt van mijn vijanden; ja, Gij verhoogt mij boven degenen, die tegen mij opstaan; Gij redt mij van den man des gewelds.

  6. Zingt den HEERE een nieuw lied; zingt de HEERE, gij ganse aarde!

  7. Zingt den HEERE, looft Zijn Naam; boodschapt Zijn heil van dag tot dag.

  8. Vertelt onder de heidenen Zijn eer, onder alle volken Zijn wonderen.

  9. Want de HEERE is groot, en zeer te prijzen; Hij is vreselijk boven alle goden.

  10. Want al de goden der volken zijn afgoden; maar de HEERE heeft de hemelen gemaakt.

  11. Majesteit en heerlijkheid zijn voor Zijn aangezicht, sterkte en sieraad in Zijn heiligdom.

  12. Geeft den HEERE, gij geslachten der volken! geeft den HEERE eer en sterkte.

  13. Geeft den HEERE de eer Zijns Naams; brengt offer, en komt in Zijn voorhoven.

  14. Aanbidt den HEERE in de heerlijkheid des heiligdoms; schrikt voor Zijn aangezicht, gij ganse aarde.

  15. Zegt onder de heidenen: De HEERE regeert; ook zal de wereld bevestigd worden, zij zal niet bewogen worden; Hij zal de volken richten in alle rechtmatigheid.

  16. Dat de hemelen zich verblijden, en de aarde zich verheuge, dat de zee bruise met haar volheid.

  17. Dat het veld huppele van vreugde met al wat er in is, dat dan al de bomen des wouds juichen.

  18. Voor het aangezicht des HEEREN; want Hij komt, want Hij komt, om de aarde te richten; Hij zal de wereld richten met gerechtigheid, en de volken met Zijn waarheid.

  19. Ik zal zeggen tot het noorden: Geef; en tot het zuiden: Houd niet terug; breng Mijn zonen van verre, en Mijn dochters van het einde der aarde;

  20. Een ieder, die naar Mijn Naam genoemd is, en dien Ik geschapen heb tot Mijn eer, dien Ik geformeerd heb, dien Ik ook gemaakt heb.

  21. En het woord des HEEREN geschiedde ten anderen male tot Jona, zeggende:

  22. Maak u op, ga naar de grote stad Nineve; en predik tegen haar de prediking, die Ik tot u spreek.

  23. Toen maakte zich Jona op, en ging naar Nineve, naar het woord des HEEREN. Nineve nu was een grote stad Gods, van drie dagreizen.

  24. En Jona begon in de stad te gaan, een dagreis; en hij predikte, en zeide: Nog veertig dagen, dan zal Nineve worden omgekeerd.

  25. En de lieden van Nineve geloofden aan God; en zij riepen een vasten uit, en bekleedden zich met zakken, van hun grootste af tot hun kleinste toe.