Skip to content

Bijbelverzen over Marriage: With feasting

14 verzen · 83 aspecten

Verzen over With feasting

  1. Zo verzamelde Laban al de mannen dier plaats, en maakte een maaltijd.

  2. Als nu zijn vader afgekomen was tot die vrouw, zo maakte Simson aldaar een bruiloft, want alzo plachten de jongelingen te doen.

  3. Het Koninkrijk der hemelen is gelijk een zeker koning, die zijn zoon een bruiloft bereid had;

  4. En zond zijn dienstknechten uit, om de genoden ter bruiloft te roepen; en zij wilden niet komen.

  5. En op den derden dag was er een bruiloft te Kana in Galilea; en de moeder van Jezus was aldaar.

  6. En Jezus was ook genood, en Zijn discipelen, tot de bruiloft.

  7. En als er wijn ontbrak, zeide de moeder van Jezus tot Hem: Zij hebben geen wijn.

  8. Jezus zeide tot haar: Vrouw, wat heb Ik met u te doen? Mijn ure is nog niet gekomen.

  9. Zijn moeder zeide tot de dienaars: Zo wat Hij ulieden zal zeggen, doet dat.

  10. En aldaar waren zes stenen watervaten gesteld, naar de reiniging der Joden, elk houdende twee of drie metreten.

  11. Jezus zeide tot hen: Vult de watervaten met water. En zij vulden ze tot boven toe.

  12. En Hij zeide tot hen: Schept nu, en draagt het tot den hofmeester; en zij droegen het.

  13. Als nu de hofmeester het water, dat wijn geworden was, geproefd had (en hij wist niet, van waar de wijn was; maar de dienaren, die het water geschept hadden, wisten het), zo riep de hofmeester den bruidegom.

  14. En zeide tot hem: Alle man zet eerst den goeden wijn op, en wanneer men wel gedronken heeft, alsdan den minderen; maar gij hebt den goeden wijn tot nu toe bewaard.