Skip to content

Bijbelverzen over Loaves

18 verzen · 2 aspecten

Belangrijke bijbelverzen

  1. En als het nu avond werd, kwamen Zijn discipelen tot Hem, zeggende: Deze plaats is woest, en de tijd is nu voorbijgegaan; laat de scharen van U, opdat zij heengaan in de vlekken en zichzelven spijs kopen.

  2. Maar Jezus zeide tot hen: Het is hun niet van node heen te gaan, geeft gij hun te eten.

  3. Doch zij zeiden tot Hem: Wij hebben hier niet, dan vijf broden en twee vissen.

  4. En Hij zeide: Brengt Mij dezelve hier.

  5. En Hij beval de scharen neder te zitten op het gras, en nam de vijf broden en de twee vissen, en opwaarts ziende naar den hemel, zegende dezelve; en als Hij ze gebroken had, gaf Hij de broden den discipelen, en de discipelen aan de scharen.

  6. En zij aten allen en werden verzadigd, en zij namen op, het overschot der brokken, twaalf volle korven.

  7. Die nu gegeten hadden, waren omtrent vijf duizend mannen, zonder de vrouwen en kinderen.

  8. En Jezus zeide tot hen: Hoevele broden hebt gij? Zij zeiden: Zeven, en weinige visjes.

  9. En Hij gebood den scharen neder te zitten op de aarde.

  10. En Hij nam de zeven broden en de vissen, en als Hij gedankt had, brak Hij ze, en gaf ze Zijn discipelen; en de discipelen gaven ze aan de schare.

  11. En zij aten allen en werden verzadigd, en zij namen op, het overschot der brokken, zeven volle manden.

  12. En die daar gegeten hadden, waren vier duizend mannen, zonder de vrouwen en kinderen.

  13. En de dag begon te dalen; en de twaalven, tot Hem komende, zeiden tot Hem: Laat de schare van U, opdat zij, heengaande in de omliggende vlekken en in de dorpen, herberg nemen mogen, en spijze vinden; want wij zijn hier in een woeste plaats.

  14. Maar Hij zeide tot hen: Geeft gij hun te eten. En zij zeiden: Wij hebben niet meer dan vijf broden, en twee vissen; tenzij dan dat wij heengaan en spijs kopen voor al dit volk;

  15. Want er waren omtrent vijf duizend mannen. Doch Hij zeide tot Zijn discipelen: Doet hen nederzitten bij zaten, elk van vijftig.

  16. En zij deden alzo, en deden hen allen nederzitten.

  17. En Hij, de vijf broden en de twee vissen genomen hebbende, zag op naar den hemel, en zegende die, en brak ze, en gaf ze den discipelen, om der schare voor te leggen.

  18. En zij aten en werden allen verzadigd; en er werd opgenomen, hetgeen hun van de brokken overgeschoten was, twaalf korven.