Naar de inhoud

circa 6 BC – AD 30

The Life of Jesus

The eternal Son of God enters history: born in Bethlehem, baptized in the Jordan, crucified at Golgotha, raised on the third day.

3,779 verzen · 4 boeken behandeld

Verzen uit dit tijdvak

Filter op boek
  1. Johannes 4:39ca. 30 n.Chr.

    En velen der Samaritanen uit die stad geloofden in Hem, om het woord der vrouw, die getuigde: Hij heeft mij gezegd alles, wat ik gedaan heb.

  2. Johannes 4:40ca. 30 n.Chr.

    Als dan de Samaritanen tot Hem gekomen waren, baden zij Hem, dat Hij bij hen bleef; en Hij bleef aldaar twee dagen.

  3. Johannes 4:41ca. 30 n.Chr.

    En er geloofden er veel meer om Zijns woords wil;

  4. Johannes 4:42ca. 30 n.Chr.

    En zeiden tot de vrouw: Wij geloven niet meer om uws zeggens wil; want wij zelven hebben Hem gehoord, en weten, dat Deze waarlijk is de Christus, de Zaligmaker der wereld.

  5. Johannes 4:43ca. 30 n.Chr.

    En na de twee dagen ging Hij van daar en ging heen naar Galilea;

  6. Johannes 4:44ca. 30 n.Chr.

    Want Jezus heeft Zelf getuigd, dat een profeet in zijn eigen vaderland geen eer heeft.

  7. Johannes 4:45ca. 30 n.Chr.

    Als Hij dan in Galilea kwam, ontvingen Hem de Galileers, gezien hebbende al de dingen, die Hij te Jeruzalem op het feest gedaan had; want ook zij waren tot het feest gegaan.

  8. Johannes 4:46ca. 30 n.Chr.

    Zo kwam dan Jezus wederom te Kana in Galilea, waar Hij het water wijn gemaakt had. En er was een zeker koninklijk hoveling, wiens zoon krank was, te Kapernaum.

  9. Johannes 4:47ca. 30 n.Chr.

    Deze, gehoord hebbende, dat Jezus uit Judea in Galilea kwam, ging tot Hem, en bad Hem, dat Hij afkwame, en zijn zoon gezond maakte; want hij lag op zijn sterven.

  10. Johannes 4:48ca. 30 n.Chr.

    Jezus dan zeide tot hem: Tenzij dat gijlieden tekenen en wonderen ziet, zo zult gij niet geloven.

  11. Johannes 4:49ca. 30 n.Chr.

    De koninklijke hoveling zeide tot Hem: Heere, kom af, eer mijn kind sterft.

  12. Johannes 4:50ca. 30 n.Chr.

    Jezus zeide tot hem: Ga heen, uw zoon leeft. En de mens geloofde het woord, dat Jezus tot hem zeide, en ging heen.

  13. Johannes 4:51ca. 30 n.Chr.

    En als hij nu afging, kwamen hem zijn dienstknechten tegemoet, en boodschapten, zeggende: Uw kind leeft!

  14. Johannes 4:52ca. 30 n.Chr.

    Zo vraagde hij dan van hen de ure, in welke het beter met hem geworden was. En zij zeiden tot hem: Gisteren te zeven ure verliet hem de koorts.

  15. Johannes 4:53ca. 30 n.Chr.

    De vader bekende dan, dat het in dezelve ure was, in dewelke Jezus tot hem gezegd had: Uw zoon leeft. En hij geloofde zelf, en zijn gehele huis.

  16. Johannes 4:54ca. 30 n.Chr.

    Dit tweede teken heeft Jezus wederom gedaan, als Hij uit Judea in Galilea gekomen was.

  17. Johannes 5:1ca. 31 n.Chr.

    Na dezen was een feest der Joden, en Jezus ging op naar Jeruzalem.

  18. Johannes 5:2ca. 31 n.Chr.

    En er is te Jeruzalem aan de Schaaps poort, een badwater, hetwelk in het Hebreeuws toegenaamd wordt Bethesda, hebbende vijf zalen.

  19. Johannes 5:3ca. 31 n.Chr.

    In dezelve lag een grote menigte van kranken, blinden, kreupelen, verdorden, wachtende op de roering des waters.

  20. Johannes 5:4ca. 31 n.Chr.

    Want een engel daalde neder op zekeren tijd in dat badwater, en beroerde het water; die dan eerst daarin kwam, na de beroering van het water, die werd gezond, van wat ziekte hij ook bevangen was.

  21. Johannes 5:5ca. 31 n.Chr.

    En aldaar was een zeker mens, die acht en dertig jaren krank gelegen had.

  22. Johannes 5:6ca. 31 n.Chr.

    Jezus, ziende dezen liggen, en wetende, dat hij nu langen tijd gelegen had, zeide tot hem: Wilt gij gezond worden?

  23. Johannes 5:7ca. 31 n.Chr.

    De kranke antwoordde Hem: Heere, ik heb geen mens, om mij te werpen in het badwater, wanneer het water beroerd wordt; en terwijl ik kom, zo daalt een ander voor mij neder.

  24. Johannes 5:8ca. 31 n.Chr.

    Jezus zeide tot hem: Sta op, neem uw beddeken op, en wandel.

  25. Johannes 5:9ca. 31 n.Chr.

    En terstond werd de mens gezond, en nam zijn beddeken op en wandelde. En het was sabbat op denzelven dag.