circa 6 BC – AD 30
The Life of Jesus
The eternal Son of God enters history: born in Bethlehem, baptized in the Jordan, crucified at Golgotha, raised on the third day.
Verzen uit dit tijdvak
- Johannes 4:14ca. 30 n.Chr.
Maar zo wie gedronken zal hebben van het water, dat Ik hem geven zal, dien zal in eeuwigheid niet dorsten; maar het water, dat Ik hem zal geven, zal in hem worden een fontein van water, springende tot in het eeuwige leven.
- Johannes 4:15ca. 30 n.Chr.
De vrouw zeide tot Hem: Heere, geef mij dat water, opdat mij niet dorste, en ik hier niet moet komen, om te putten.
- Johannes 4:16ca. 30 n.Chr.
Jezus zeide tot haar: Ga heen, roep uw man, en kom hier.
- Johannes 4:17ca. 30 n.Chr.
De vrouw antwoordde en zeide: Ik heb geen man. Jezus zeide tot haar: Gij hebt wel gezegd: Ik heb geen man.
- Johannes 4:18ca. 30 n.Chr.
Want gij hebt vijf mannen gehad, en dien gij nu hebt, is uw man niet; dat hebt gij met waarheid gezegd.
- Johannes 4:19ca. 30 n.Chr.
De vrouw zeide tot Hem: Heere, ik zie, dat Gij een profeet zijt.
- Johannes 4:20ca. 30 n.Chr.
Onze vaders hebben op deze berg aangebeden; en gijlieden zegt, dat te Jeruzalem de plaats is, waar men moet aanbidden.
- Johannes 4:21ca. 30 n.Chr.
Jezus zeide tot haar: Vrouw, geloof Mij, de ure komt, wanneer gijlieden, noch op dezen berg, noch te Jeruzalem, den Vader zult aanbidden.
- Johannes 4:22ca. 30 n.Chr.
Gijlieden aanbidt, wat gij niet weet; wij aanbidden, wat wij weten; want de zaligheid is uit de Joden.
- Johannes 4:23ca. 30 n.Chr.
Maar de ure komt, en is nu, wanneer de ware aanbidders den Vader aanbidden zullen in geest en waarheid; want de Vader zoekt ook dezulken, die Hem alzo aanbidden.
- Johannes 4:24ca. 30 n.Chr.
God is een Geest, en die Hem aanbidden, moeten Hem aanbidden in geest en waarheid.
- Johannes 4:25ca. 30 n.Chr.
De vrouw zeide tot Hem: Ik weet, dat de Messias komt (Die genaamd wordt Christus); wanneer Die zal gekomen zijn, zo zal Hij ons alle dingen verkondigen.
- Johannes 4:26ca. 30 n.Chr.
Jezus zeide tot haar: Ik ben het, Die met u spreek.
- Johannes 4:27ca. 30 n.Chr.
En daarop kwamen Zijn discipelen en verwonderden zich, dat Hij met een vrouw sprak. Nochtans zeide niemand: Wat vraagt Gij, of: Wat spreekt Gij met haar?
- Johannes 4:28ca. 30 n.Chr.
Zo verliet de vrouw dan haar watervat, en ging heen in de stad en zeide tot de lieden:
- Johannes 4:29ca. 30 n.Chr.
Komt, ziet een Mens, Die mij gezegd heeft alles, wat ik gedaan heb; is Deze niet de Christus?
- Johannes 4:30ca. 30 n.Chr.
Zij dan gingen uit de stad, en kwamen tot Hem.
- Johannes 4:31ca. 30 n.Chr.
En ondertussen baden Hem de discipelen, zeggende: Rabbi, eet.
- Johannes 4:32ca. 30 n.Chr.
Maar Hij zeide tot hen: Ik heb een spijs om te eten, die gij niet weet.
- Johannes 4:33ca. 30 n.Chr.
Zo zeiden dan de discipelen tegen elkander: Heeft Hem iemand te eten gebracht?
- Johannes 4:34ca. 30 n.Chr.
Jezus zeide tot hen: Mijn spijs is, dat Ik doe den wil Desgenen, Die Mij gezonden heeft, en Zijn werk volbrenge.
- Johannes 4:35ca. 30 n.Chr.
Zegt gijlieden niet: Het zijn nog vier maanden, en dan komt de oogst? Ziet, Ik zeg u: Heft uw ogen op en aanschouwt de landen; want zij zijn alrede wit om te oogsten.
- Johannes 4:36ca. 30 n.Chr.
En die maait, ontvangt loon, en vergadert vrucht ten eeuwigen leven; opdat zich te zamen verblijde, beide, die zaait en die maait.
- Johannes 4:37ca. 30 n.Chr.
Want hierin is die spreuk waarachtig: Een ander is het, die zaait, en een ander, die maait.
- Johannes 4:38ca. 30 n.Chr.
Ik heb u uitgezonden, om te maaien, hetgeen gij niet bearbeid hebt; anderen hebben het bearbeid, en gij zijt tot hun arbeid ingegaan.