Naar de inhoud

circa 930–586 BC

The Divided Kingdom

The kingdom splits into Israel and Judah; prophets warn of judgment as both nations slowly drift into idolatry and exile.

1,722 verzen · 3 boeken behandeld

Verzen uit dit tijdvak

Filter op boek
  1. 2 Kronieken 16:11ca. 955 v.Chr.

    En ziet, de geschiedenissen van Asa, de eerste met de laatste, ziet, zij zijn beschreven in het boek der koningen van Juda en Israel.

  2. 2 Kronieken 16:12ca. 916 v.Chr.

    Asa nu werd, in het negen en dertigste jaar van zijn koninkrijk, krank aan zijn voeten; tot op het hoogste toe was zijn krankheid; daartoe ook zocht hij den HEERE niet in zijn krankheid, maar de medicijnmeesters.

  3. 2 Kronieken 16:13ca. 914 v.Chr.

    Alzo ontsliep Asa met zijn vaderen; en hij stierf in het een en veertigste jaar zijner regering.

  4. 2 Kronieken 16:14ca. 914 v.Chr.

    En zij begroeven hem in zijn graf, dat hij voor zich gegraven had in de stad Davids, en legden hem op het bed, hetwelk hij gevuld had met specerijen, en dat van verscheidene soorten, naar apothekerskunst toebereid; en zij brandden over hem een ganse grote branding.

  5. En zijn zoon Josafat werd koning in zijn plaats, en hij sterkte zich tegen Israel.

  6. En hij legde krijgsvolk in alle vaste steden van Juda, en legde bezettingen in het land van Juda, en in de steden van Efraim, die zijn vader Asa ingenomen had.

  7. En de HEERE was met Josafat; want hij wandelde in de vorige wegen zijns vaders Davids, en zocht de Baals niet.

  8. Maar hij zocht den God zijns vaders, en wandelde in Zijn geboden, en niet naar het doen van Israel.

  9. 2 Kronieken 17:5ca. 913 v.Chr.

    En de HEERE bevestigde het koninkrijk in zijn hand, en gans Juda gaf Josafat geschenken; en hij had rijkdom en eer in menigte.

  10. 2 Kronieken 17:6ca. 913 v.Chr.

    En zijn hart verhief zich in de wegen des HEEREN; en hij nam verder de hoogten en de bossen uit Juda weg.

  11. 2 Kronieken 17:7ca. 912 v.Chr.

    In het derde jaar nu zijner regering zond hij tot zijn vorsten, tot Ben-chail, en tot Obadja, en tot Zecharja, en tot Nathaneel, en tot Michaja, opdat men zou leren in de steden van Juda.

  12. 2 Kronieken 17:8ca. 912 v.Chr.

    En met hen de Levieten, Semaja en Nethanja, en Zebadja, en Asael, en Semiramoth, en Jonathan, en Adonia, en Tobia, en Tob-Adonia de Levieten, en met hen de priesters Elisama en Joram.

  13. 2 Kronieken 17:9ca. 912 v.Chr.

    En zij leerden in Juda, en het wetboek des HEEREN was bij hen; en zij gingen rondom in alle steden van Juda, en leerden onder het volk.

  14. 2 Kronieken 17:10ca. 912 v.Chr.

    En een verschrikking des HEEREN werd over alle koninkrijken der landen, die rondom Juda waren, dat zij niet krijgden tegen Josafat.

  15. 2 Kronieken 17:11ca. 912 v.Chr.

    En van de Filistijnen brachten zij Josafat geschenken met het opgelegde geld; ook brachten hem de Arabieren klein vee, zeven duizend en zevenhonderd rammen, en zeven duizend en zevenhonderd bokken.

  16. 2 Kronieken 17:12ca. 912 v.Chr.

    Alzo nam Josafat toe, en werd ten hoogste groot; daartoe bouwde hij in Juda burchten en schatsteden.

  17. 2 Kronieken 17:13ca. 912 v.Chr.

    En hij had veel werks in de steden van Juda, en krijgslieden, kloeke helden in Jeruzalem.

  18. 2 Kronieken 17:14ca. 912 v.Chr.

    Dit nu is hun telling, naar de huizen hunner vaderen. In Juda waren oversten der duizenden: Adna de overste, en met hem waren driehonderd duizend kloeke helden.

  19. 2 Kronieken 17:15ca. 912 v.Chr.

    Naast hem nu was de overste Johanan; en met hem waren tweehonderd tachtig duizend;

  20. 2 Kronieken 17:16ca. 912 v.Chr.

    En naast hem was Amasia, de zoon van Zichri, die zich vrijwillig den HEERE overgegeven had; en met hem waren tweehonderd duizend kloeke helden.

  21. 2 Kronieken 17:17ca. 912 v.Chr.

    En uit Benjamin was Eljada, een kloek held; en met hem tweehonderd duizend, die met boog en schild gewapend waren.

  22. 2 Kronieken 17:18ca. 912 v.Chr.

    En naast hem was Jozabad; en met hem waren honderd en tachtig duizend, ten krijge toegerust.

  23. 2 Kronieken 17:19ca. 912 v.Chr.

    Dezen waren in den dienst des konings; behalve degenen, die de koning in de vaste steden door gans Juda gezet had.

  24. 2 Kronieken 18:1ca. 897 v.Chr.

    Josafat nu had rijkdom en eer in overvloed; en hij verzwagerde zich aan Achab.

  25. 2 Kronieken 18:2ca. 897 v.Chr.

    En ten einde van enige jaren toog hij af tot Achab naar Samaria; en Achab slachtte schapen en runderen voor hem in menigte, en voor het volk, dat met hem was; en hij porde hem aan, om op te trekken naar Ramoth in Gilead.