circa AD 48–96
Letters to the Churches
Paul and other apostles write to strengthen, correct, and encourage the scattered churches across the Roman world.
Verzen uit dit tijdvak
- 2 Korinthe 6:8ca. 60 n.Chr.
Door eer en oneer, door kwaad gerucht en goed gerucht; als verleiders, en nochtans waarachtigen;
- 2 Korinthe 6:9ca. 60 n.Chr.
Als onbekenden, en nochtans bekend; als stervenden, en ziet, wij leven; als getuchtigd, en niet gedood;
- 2 Korinthe 6:10ca. 60 n.Chr.
Als droevig zijnde, doch altijd blijde; als arm, doch velen rijk makende; als niets hebbende, en nochtans alles bezittende.
- 2 Korinthe 6:11ca. 60 n.Chr.
Onze mond is opengedaan tegen u, o Korinthiers, ons hart is uitgebreid.
- 2 Korinthe 6:12ca. 60 n.Chr.
Gij zijt niet nauw in ons, maar gij zijt nauw in uw ingewanden.
- 2 Korinthe 6:13ca. 60 n.Chr.
Nu, om dezelfde vergelding te doen,, ik spreek als tot mijn kinderen) zo wordt gij ook uitgebreid.
- 2 Korinthe 6:14ca. 60 n.Chr.
Trekt niet een ander juk aan met de ongelovigen; want wat mededeel heeft de gerechtigheid met de ongerechtigheid, en wat gemeenschap heeft het licht met de duisternis?
- 2 Korinthe 6:15ca. 60 n.Chr.
En wat samenstemming heeft Christus met Belial, of wat deel heeft de gelovige met den ongelovige?
- 2 Korinthe 6:16ca. 60 n.Chr.
Of wat samenvoeging heeft de tempel Gods met de afgoden? Want gij zijt de tempel des levenden Gods; gelijkerwijs God gezegd heeft: Ik zal in hen wonen, en Ik zal onder hen wandelen; en Ik zal hun God zijn, en zij zullen Mij een volk zijn.
- 2 Korinthe 6:17ca. 60 n.Chr.
Daarom gaat uit het midden van hen, en scheidt u af, zegt de Heere, en raakt niet aan hetgeen onrein is, en Ik zal ulieden aannemen.
- 2 Korinthe 6:18ca. 60 n.Chr.
En Ik zal u tot een Vader zijn, en gij zult Mij tot zonen en dochteren zijn, zegt de Heere, de Almachtige.
- 2 Korinthe 7:1ca. 60 n.Chr.
Dewijl wij dan deze beloften hebben, geliefden, laat ons onszelven reinigen van alle besmetting des vleses en des geestes, voleindigende de heiligmaking in de vreze Gods.
- 2 Korinthe 7:2ca. 60 n.Chr.
Geeft ons plaats; wij hebben niemand verongelijkt, wij hebben niemand verdorven, wij hebben bij niemand ons voordeel gezocht.
- 2 Korinthe 7:3ca. 60 n.Chr.
Ik zeg dit niet tot uw veroordeling; want ik heb te voren gezegd, dat gij in onze harten zijt, om samen te sterven en samen te leven.
- 2 Korinthe 7:4ca. 60 n.Chr.
Ik heb vele vrijmoedigheid in het spreken tegen u, ik heb veel roems over u; ik ben vervuld met vertroosting; ik ben zeer overvloedig van blijdschap in al onze verdrukking.
- 2 Korinthe 7:5ca. 60 n.Chr.
Want ook, als wij in Macedonie gekomen zijn, zo heeft ons vlees geen rust gehad; maar wij waren in alles verdrukt; van buiten was strijd, van binnen vrees.
- 2 Korinthe 7:6ca. 60 n.Chr.
Doch God, Die de nederigen vertroost, heeft ons getroost door de komst van Titus.
- 2 Korinthe 7:7ca. 60 n.Chr.
En niet alleen door zijn komst, maar ook door de vertroosting, met welke hij over u vertroost is geweest, als hij ons verhaalde uw verlangen, uw kermen, uw ijver voor mij; alzo dat ik te meer verblijd ben geweest.
- 2 Korinthe 7:8ca. 60 n.Chr.
Want hoewel ik u in den zendbrief bedroefd heb, het berouwt mij niet, hoewel het mij berouwd heeft; want ik zie, dat dezelve zendbrief, hoewel voor een kleinen tijd, u bedroefd heeft.
- 2 Korinthe 7:9ca. 60 n.Chr.
Nu verblijde ik mij, niet omdat gij bedroefd zijt geweest, maar omdat gij bedroefd zijt geweest tot bekering; want gij zijt bedroefd geweest naar God, zodat gij in geen ding schade van ons geleden hebt.
- 2 Korinthe 7:10ca. 60 n.Chr.
Want de droefheid naar God werkt een onberouwelijke bekering tot zaligheid; maar de droefheid der wereld werkt den dood.
- 2 Korinthe 7:11ca. 60 n.Chr.
Want ziet, ditzelfde dat gij naar God zijt bedroefd geworden, hoe grote naarstigheid heeft het in u gewrocht? Ja, verantwoording, ja, onlust, ja, vrees, ja, verlangen, ja, ijver, ja, wraak; in alles hebt gij uzelven bewezen rein te zijn in deze zaak.
- 2 Korinthe 7:12ca. 60 n.Chr.
Hoewel ik dan aan u geschreven heb, dat is niet om diens wil, die onrecht gedaan had, noch om diens wil, die onrecht gedaan was; maar opdat onze vlijtigheid voor u bij u openbaar zou worden, in de tegenwoordigheid Gods.
- 2 Korinthe 7:13ca. 60 n.Chr.
Daarom zijn wij vertroost geworden over uw vertroosting; en zijn nog overvloediger verblijd geworden over de blijdschap van Titus, omdat zijn geest van u allen verkwikt is geworden.
- 2 Korinthe 7:14ca. 60 n.Chr.
Want indien ik iets bij hem over u geroemd heb, zo ben ik niet beschaamd geworden; maar gelijk wij alles met waarheid tot u gesproken hebben, alzo is ook onze roem, dien ik bij Titus geroemd heb, waarheid geworden.