Naar de inhoud

Jesus

3,872 verzen · 6 familieleden

Ook bekend als: Jesus Christ, Immanuel, Emmanuel, Christ

Verzen die Jesus noemen

Filter op boek
  1. Gij zijt het immers, Die mij uit den buik hebt uitgetogen; Die mij hebt doen vertrouwen, zijnde aan mijner moeders borsten.

  2. Op U ben ik geworpen van de baarmoeder af; van den buik mijner moeder aan zijt Gij mijn God.

  3. Zo wees niet verre van mij, want benauwdheid is nabij; want er is geen helper.

  4. Vele varren hebben mij omsingeld, sterke stieren van Basan hebben mij omringd.

  5. Zij hebben hun mond tegen mij opgesperd, als een verscheurende en brullende leeuw.

  6. Ik ben uitgestort als water, en al mijn beenderen hebben zich vaneen gescheiden; mijn hart is als was, het is gesmolten in het midden mijns ingewands.

  7. Mijn kracht is verdroogd als een potscherf, en mijn tong kleeft aan mijn gehemelte; en Gij legt mij in het stof des doods.

  8. Want honden hebben mij omsingeld; een vergadering van boosdoeners heeft mij omgeven; zij hebben mijn handen en mijn voeten doorgraven.

  9. Al mijn beenderen zou ik kunnen tellen; zij schouwen het aan, zij zien op mij.

  10. Zij delen mijn klederen onder zich, en werpen het lot over mijn gewaad.

  11. Maar Gij, HEERE! wees niet verre; mijn Sterkte! haast U tot mijn hulp.

  12. Red mijn ziel van het zwaard, mijn eenzame van het geweld des honds.

  13. Verlos mij uit des leeuwen muil; en verhoor mij van de hoornen der eenhoornen.

  14. Want Hij heeft niet veracht, noch verfoeid de verdrukking des verdrukten, noch Zijn aangezicht voor hem verborgen; maar Hij heeft gehoord, als die tot Hem riep.

  15. Nader tot mijn ziel, bevrijd ze; verlos mij om mijner vijanden wil.

  16. En Ik zal zijn hand in de zee zetten, en zijn rechterhand in de rivieren.

  17. Hij zal Mij noemen: Gij zijt mijn Vader! mijn God, en de Rotssteen mijns heils!

  18. Een psalm van David. De HEERE heeft tot mijn Heere gesproken: Zit aan Mijn rechterhand, totdat Ik Uw vijanden gezet zal hebben tot een voetbank Uwer voeten.

  19. De HEERE zal de scepter Uwer sterkte zenden uit Sion, zeggende: Heers in het midden Uwer vijanden.

  20. De HEERE heeft gezworen, en het zal Hem niet berouwen: Gij zijt Priester in eeuwigheid, naar de ordening van Melchizedek.

  21. De HEERE is aan Uw rechterhand; Hij zal koningen verslaan ten dage Zijns toorns.

  22. Hij zal recht doen onder de heidenen; Hij zal het vol dode lichamen maken; Hij zal verslaan dengene, die het hoofd is over een groot land.

  23. Hij zal op den weg uit de beek drinken; daarom zal Hij het hoofd omhoog heffen.

  24. De HEERE heeft David de waarheid gezworen, waarvan Hij niet wijken zal, zeggende: Van de vrucht uws buiks zal Ik op uw troon zetten.

  25. Wie is ten hemel opgeklommen, en nedergedaald? Wie heeft den wind in Zijn vuisten verzameld? Wie heeft de wateren in een kleed gebonden? Wie heeft al de einden der aarde gesteld? Hoe is Zijn Naam, en hoe is de Naam Zijns Zoons, zo gij het weet?