Naar de inhoud

Bijbelverzen over Sanitation

289 verzen · 10 aspecten

Belangrijke bijbelverzen

Filter op boek
  1. Dit zult gij eten van alles, wat in de wateren is; al wat vinnen en schubben heeft, zult gij eten.

  2. Maar al wat geen vinnen en schubben heeft, zult gij niet eten; het zal ulieden onrein zijn.

  3. Allen reinen vogel zult gij eten.

  4. Maar deze zijn het, van dewelke gij niet zult eten: de arend, en de havik, en de zeearend;

  5. En de wouw, en de kraai, en de gier naar haar aard;

  6. En alle rave naar zijn aard;

  7. En de struis, en de nachtuil, en de koekoek, en de sperwer naar zijn aard;

  8. En de steenuil, en de schuifuit, en de kauw,

  9. En de roerdomp, en de pelikaan, en het duikertje;

  10. En de ooievaar, en de reiger naar zijn aard; en de hop, en de vledermuis;

  11. Ook al het kruipend gevogelte zal ulieden onrein zijn; zij zullen niet gegeten worden.

  12. Al het rein gevogelte zult gij eten.

  13. Gij zult geen dood aas eten; den vreemdeling, die in uw poorten is, zult gij het geven, dat hij het ete, of verkoopt het den vreemde; want gij zijt een heilig volk den HEERE, uw God. Gij zult het bokje niet koken in de melk zijner moeder.

  14. En geeft dat geld voor alles, wat uw ziel gelust, voor runderen en voor schapen, en voor wijn, en voor sterken drank, en voor alles, wat uw ziel van u begeren zal, en eet aldaar voor het aangezicht des HEEREN, uws Gods, en weest vrolijk, gij en uw huis.

  15. In uw poorten zult gij het eten; de onreine en de reine te zamen, als een ree, en als een hert,

  16. Zijn bloed alleen zult gij niet eten; gij zult het op de aarde uitgieten als water.

  17. Voorts, wanneer in iemand een zonde zal zijn, die het oordeel des doods waardig is, dat hij gedood zal worden, en gij hem aan het hout zult opgehangen hebben;

  18. Zo zal zijn dood lichaam aan het hout niet overnachten; maar gij zult het zekerlijk ten zelven dage begraven; want een opgehangene is Gode een vloek. Alzo zult gij uw land niet verontreinigen, dat u de HEERE, uw God, ten erve geeft.

  19. Wanneer iemand onder u is, die niet rein is, door enig toeval des nachts, die zal tot buiten het leger uitgaan; hij zal tot binnen het leger niet komen.

  20. Maar het zal geschieden, dat hij zich tegen het naken van den avond met water zal baden; en als de zon ondergegaan is, zal hij tot binnen het leger komen.

  21. Gij zult ook een plaats hebben buiten het leger, en daarhenen zult gij uitgaan naar buiten.

  22. En gij zult een schopje hebben, benevens uw gereedschap, en het zal geschieden, als gij buiten gezeten hebt, dan zult gij daarmede graven, en u omkeren, en bedekken wat van u uitgegaan is.

  23. Wacht u in de plaag der melaatsheid, dat gij naarstiglijk waarneemt en doet naar alles, wat de Levietische priesteren ulieden zullen leren; gelijk als ik hun geboden heb, zult gij waarnemen te doen.

  24. Vervloekt zij, die bij de vrouw zijns vaders ligt, omdat hij zijns vaders slippe ontdekt heeft! En al het volk zal zeggen: Amen.

  25. Vervloekt zij, die bij enig beest ligt! En al het volk zal zeggen: Amen.