Skip to content

Uzziel

11 verzen · 9 familieleden

Verzen die Uzziel noemen

  1. En de zonen van Merari: Machli en Musi; dit zijn de huisgezinnen van Levi, naar hun geboorten.

  2. En Aaron nam zich tot een vrouw Eliseba, dochter van Amminadab, zuster van Nahesson; en zij baarde hem Nadab en Abihu, Eleazar en Ithamar.

  3. En Mozes riep Misael en Elzafan, de zonen van Uzziel, de oom van Aaron, en zeide tot hen: Treedt toe, draagt uw broederen weg, van voor het heiligdom tot buiten het leger.

  4. En de zonen van Kahath, naar hun geslachten; Amram en Izhar, Hebron en Uzziel.

  5. De overste nu van het vaderlijke huis der geslachten van de Kahathieten, zal zijn Elisafan, de zoon van Uzziel.

  6. De kinderen van Kahath nu waren Amram, Jizhar, en Hebron, en Uzziel.

  7. En de kinderen van Kahath waren Amram, en Jizhar, en Hebron, en Uzziel.

  8. Uit de kinderen van Uzziel was Amminadab overste, en zijn broederen waren honderd en twaalf.

  9. De kinderen van Kehath waren Amram, Jizhar, Hebron en Uzziel; vier.

  10. Aangaande de kinderen van Uzziel: Micha was het hoofd, en Jissia de tweede.

  11. Van de kinderen van Uzziel was Micha; van de kinderen van Micha was Samir;