Skip to content

Bijbelverzen over Micah

12 verzen · 5 aspecten

Belangrijke bijbelverzen

  1. Mefiboseth nu had een kleinen zoon, wiens naam was Micha; en allen, die in het huis van Ziba woonden, waren knechten van Mefiboseth.

  2. Zijn zoon Micha; zijn zoon Reaja; zijn zoon Baal;

  3. En Jonathans zoon was Merib-baal, en Merib-baal gewon Micha.

  4. De kinderen van Micha nu waren Pithon, en Melech, en Thaarea, en Achaz.

  5. En Jonathans zoon van Merib-baal, en Merib-baal gewon Micha.

  6. De kinderen van Micha nu waren Pithon, en Melech, en Thaerea.

  7. Aangaande de kinderen van Uzziel: Micha was het hoofd, en Jissia de tweede.

  8. Van de kinderen van Uzziel was Micha; van de kinderen van Micha was Samir;

  9. De broeder van Micha was Jissia; van de kinderen van Jissia was Zecharja.

  10. En de koning gebood Hilkia, en Ahikam, den zoon van Safan, en Abdon, den zoon van Micha, en Safan, den schrijver, en Asaja, den knecht des konings, zeggende:

  11. Maar geliefden, gedenkt gij der woorden, die voorzegd zijn van de apostelen van onzen Heere Jezus Christus;

  12. Dat zij u gezegd hebben, dat er in den laatsten tijd spotters zullen zijn, die naar hun goddeloze begeerlijkheden wandelen zullen.