Skip to content

Hebron

8 verzen · 8 familieleden

Verzen die Hebron noemen

  1. En de zonen van Merari: Machli en Musi; dit zijn de huisgezinnen van Levi, naar hun geboorten.

  2. En de zonen van Kahath, naar hun geslachten; Amram en Izhar, Hebron en Uzziel.

  3. De kinderen van Kahath nu waren Amram, Jizhar, en Hebron, en Uzziel.

  4. En de kinderen van Kahath waren Amram, en Jizhar, en Hebron, en Uzziel.

  5. Uit de kinderen van Hebron was Eliel overste, en zijn broederen waren tachtig.

  6. De kinderen van Kehath waren Amram, Jizhar, Hebron en Uzziel; vier.

  7. Aangaande de kinderen van Hebron: Jeria was het hoofd, Amarja de tweede, Jahaziel de derde, en Jekameam de vierde.

  8. En van de kinderen van Hebron was Jeria de eerste, Amarja de tweede, Jahaziel de derde, Jekameam de vierde.