Naar de inhoud

Bijbelverzen over Quotations and Allusions

636 verzen · 252 aspecten

Belangrijke bijbelverzen

Filter op boek
  1. Al mijn beenderen zou ik kunnen tellen; zij schouwen het aan, zij zien op mij.

  2. Verlos mij uit des leeuwen muil; en verhoor mij van de hoornen der eenhoornen.

  3. Een psalm van David. De aarde is des HEEREN, mitsgaders haar volheid, de wereld, en die daarin wonen.

  4. Doe mij uitgaan uit het net, dat zij voor mij verborgen hebben, want Gij zijt mijn Sterkte.

  5. Een onderwijzing van David. Welgelukzalig is hij, wiens overtreding vergeven, wiens zonde bedekt is.

  6. Welgelukzalig is de mens, dien de HEERE de ongerechtigheid niet toerekent, en in wiens geest geen bedrog is.

  7. Lamed. Komt, gij, kinderen! hoort naar mij! ik zal u des HEEREN vreze leren.

  8. Mem. Wie is de man, die lust heeft ten leven, die dagen liefheeft, om het goede te zien?

  9. Nun. Bewaar uw tong van het kwaad, en uw lippen van bedrog te spreken.

  10. Samech. Wijk af van het kwaad, en doe het goede; zoek den vrede, en jaag dien na.

  11. Ain. De ogen des HEEREN zijn op de rechtvaardigen, en Zijn oren tot hun geroep.

  12. Resch. Vele zijn de tegenspoeden des rechtvaardigen; maar uit alle die redt hem de HEERE.

  13. Laat hen zich niet verblijden over mij, die mij om valse oorzaken vijanden zijn; noch wenken met de ogen, die mij zonder oorzaak haten.

  14. Een psalm van David, den knecht des HEEREN, voor den opperzangmeester.

  15. Gij, o HEERE, mijn God! hebt Uw wonderen en Uw gedachten aan ons vele gemaakt, men kan ze niet in orde bij U verhalen; zal ik ze verkondigen en uitspreken, zo zijn zij menigvuldiger dan dat ik ze zou kunnen vertellen.

  16. Gij hebt geen lust gehad aan slachtoffer en spijsoffer; Gij hebt mij de oren doorboord; brandoffer en zondoffer hebt Gij niet geeist.

  17. Toen zeide ik: Zie, ik kom; in de rol des boeks is van mij geschreven.

  18. Een Belialsstuk kleeft hem aan; en hij, die nederligt, zal niet weder opstaan.

  19. Zou God zulks niet onderzoeken? Want Hij weet de verborgenheden des harten.

  20. Uw pijlen zijn scherp; volken zullen onder U vallen; zij treffen in het hart van des Konings vijanden.

  21. Uw troon, o God! is eeuwiglijk en altoos; de scepter Uws Koninkrijks is een scepter der rechtmatigheid.

  22. Zo Mij hongerde, Ik zou het u niet zeggen; want Mijn is de wereld en haar volheid.

  23. Was mij wel van mijn ongerechtigheid, en reinig mij van mijn zonde.

  24. Gods wagenen zijn tweemaal tien duizend, de duizenden verdubbeld. De Heere is onder hen, een Sinai in heiligheid!

  25. Ik ben vermoeid van mijn roepen, mijn keel is ontstoken, mijn ogen zijn bezweken, daar ik ben hopende op mijn God.