Skip to content

Bijbelverzen over Prisoners: John the Baptist

13 verzen · 22 aspecten

Verzen over John the Baptist

  1. En Johannes, in de gevangenis gehoord hebbende de werken van Christus, zond twee van zijn discipelen;

  2. Want Herodes had Johannes gevangen genomen, en hem gebonden, en in den kerker gezet, om Herodias' wil, de huisvrouw van Filippus, zijn broeder.

  3. Want Johannes zeide tot hem: Het is u niet geoorloofd haar te hebben.

  4. En willende hem doden, vreesde hij het volk, omdat zij hem hielden voor een profeet.

  5. Maar als de dag der geboorte van Herodes gehouden werd, danste de dochter van Herodias in het midden van hen, en zij behaagde aan Herodes.

  6. Waarom hij haar met ede beloofde te geven, wat zij ook eisen zou.

  7. En zij, te voren onderricht zijnde van haar moeder, zeide: Geef mij hier in een schotel het hoofd van Johannes den Doper.

  8. En de koning werd bedroefd; doch om de eden, en degenen, die met hem aanzaten, gebood hij, dat het haar zou gegeven worden;

  9. En zond heen, en onthoofdde Johannes in den kerker.

  10. En zijn hoofd werd gebracht in een schotel, en het dochtertje gegeven; en zij droeg het tot haar moeder.

  11. En zijn discipelen kwamen, en namen het lichaam weg, en begroeven hetzelve; en gingen en boodschapten het Jezus.

  12. Want dezelve Herodes, enigen uitgezonden hebbende, had Johannes gevangen genomen, en hem in de gevangenis gebonden, uit oorzaak van Herodias, de huisvrouw van zijn broeder Filippus, omdat hij haar getrouwd had.

  13. Zo heeft hij ook dit nog boven alles daar toegedaan, dat hij Johannes in de gevangenis gesloten heeft.