Skip to content

Bijbelverzen over Prayerfulness

20 verzen

Belangrijke bijbelverzen

  1. Een psalm van David, voor den opperzangmeester, op de Nechiloth.

  2. O HEERE, neem mijn redenen ter ore; versta mijn overdenking.

  3. Merk op de stem mijns geroeps, o mijn Koning en mijn God! Want tot U zal ik bidden.

  4. De afgrond roept tot den afgrond, bij het gedruis Uwer watergoten; al Uw baren en Uw golven zijn over mij heengegaan.

  5. Voor mijn liefde, staan zij mij tegen; maar ik was steeds in het gebed.

  6. Want Hij neigt Zijn oor tot mij; dies zal ik Hem in mijn dagen aanroepen.

  7. Daarom tekende de koning Darius dat schrift en gebod.

  8. En zij was een weduwe van omtrent vier en tachtig jaren, dewelke niet week uit den tempel, met vasten en bidden, God dienende nacht en dag.

  9. Maar wij zullen volharden in het gebed, en in de bediening des Woords.

  10. Godzalig en vrezende God, met geheel zijn huis, en doende vele aalmoezen aan het volk, en God geduriglijk biddende.

  11. En des anderen daags, terwijl deze reisden, en nabij de stad kwamen, klom Petrus op het dak, om te bidden, omtrent de zesde ure.

  12. Want God is mijn Getuige, Welken ik diene in mijn geest, in het Evangelie Zijns Zoons, hoe ik zonder nalaten uwer gedenke;

  13. Verblijdt u in de hoop. Zijt geduldig in de verdrukking. Volhardt in het gebed.

  14. Daarom ook ik, gehoord hebbende het geloof in den Heere Jezus, dat onder u is, en de liefde tot al de heiligen,

  15. Houde niet op voor u te danken, gedenkende uwer in mijn gebeden;

  16. Waarom ook wij, van dien dag af dat wij het gehoord hebben, niet ophouden voor u te bidden en te begeren, dat gij moogt vervuld worden met de kennis van Zijn wil, in alle wijsheid en geestelijk verstand;

  17. Nacht en dag zeer overvloediglijk biddende, om uw aangezicht te mogen zien, en te volmaken, hetgeen aan uw geloof ontbreekt.

  18. Bidt zonder ophouden.

  19. Die nu waarlijk weduwe is, en alleen gelaten, die hoopt op God, en blijft in smekingen en gebeden nacht en dag.

  20. Ik dank God, Wien ik diene van mijn voorouderen aan in een rein geweten, gelijk ik zonder ophouden uwer gedachtig ben in mijn gebeden nacht en dag;