Skip to content

Bijbelverzen over Meditation: General references

41 verzen · 2 aspecten

Verzen over General references

Filter op boek
  1. Dat het boek dezer wet niet wijke van uw mond, maar overleg het dag en nacht, opdat gij waarneemt te doen naar alles, wat daarin geschreven is; want alsdan zult gij uw wegen voorspoedig maken, en alsdan zult gij verstandelijk handelen.

  2. Maar zijn lust is in des HEEREN wet, en hij overdenkt Zijn wet dag en nacht.

  3. Weet toch, dat de HEERE Zich een gunstgenoot heeft afgezonderd; de HEERE zal horen, als ik tot Hem roep.

  4. Houd Uw knecht ook terug van trotsheden; laat ze niet over mij heersen; dan zal ik oprecht zijn en rein van grote overtreding. [ (Psalms 19:15) Laat de redenen mijns monds, en de overdenking mijns harten welbehagelijk zijn voor Uw aangezicht, o HEERE, mijn Rotssteen en mijn Verlosser! ]

  5. Ik was verstomd door stilzwijgen, ik zweeg van het goede; maar mijn smart werd verzwaard.

  6. Zowel slechten als aanzienlijken, te zamen rijk en arm!

  7. Alzo zou ik U loven in mijn leven; in Uw Naam zou ik mijn handen opheffen.

  8. Mijn ziel zou als met smeer en vettigheid verzadigd worden, en mijn mond zou roemen met vrolijk zingende lippen.

  9. Ziet, dezen zijn goddeloos; nochtans hebben zij rust in de wereld; zij vermenigvuldigen het vermogen.

  10. Immers heb ik tevergeefs mijn hart gezuiverd, en mijn handen in onschuld gewassen.

  11. Dewijl ik den gansen dag geplaagd ben, en mijn straffing is er alle morgens.

  12. Indien ik zou zeggen: Ik zal ook alzo spreken; ziet, zo zou ik trouweloos zijn aan het geslacht Uwer kinderen.

  13. Nochtans heb ik gedacht om dit te mogen verstaan; maar het was moeite in mijn ogen;

  14. Totdat ik in Gods heiligdommen inging, en op hun einde merkte.

  15. Immers zet Gij hen op gladde plaatsen; Gij doet hen vallen in verwoestingen.

  16. Hoe worden zij als in een ogenblik tot verwoesting, nemen een einde, worden te niet van verschrikkingen!

  17. Als een droom na het ontwaken! Als Gij opwaakt, o Heere, dan zult Gij hun beeld verachten.

  18. Als mijn hart opgezwollen was, en ik in mijn nieren geprikkeld werd,

  19. Toen was ik onvernuftig, en wist niets; ik was een groot beest bij U.

  20. Heeft God vergeten genadig te zijn? Heeft Hij Zijn barmhartigheden door toorn toegesloten? Sela.

  21. Daarna zeide ik: Dit krenkt mij; maar de rechterhand des Allerhoogsten verandert.

  22. Ik zal de daden des HEEREN gedenken; ja, ik zal gedenken Uw wonderen van ouds her;

  23. Mijn overdenking van Hem zal zoet zijn; ik zal mij in den HEERE verblijden.

  24. Ik heb Uw rede in mijn hart verborgen, opdat ik tegen U niet zondigen zou.

  25. Ik zal Uw bevelen overdenken, en op Uw paden letten.