Skip to content

Bijbelverzen over Instruction

179 verzen · 2 aspecten

Belangrijke bijbelverzen

Filter op boek
  1. Gij vertreedt al degenen, die van Uw inzettingen afdwalen, want hun bedrog is leugen.

  2. Gij doet alle goddelozen der aarde weg als schuim, daarom heb ik Uw getuigenissen lief.

  3. Het haar mijns vleses is te berge gerezen van verschrikking voor U, en ik heb gevreesd voor Uw oordelen.

  4. Ain. Ik heb recht en gerechtigheid gedaan; geef mij niet over aan mijn onderdrukkers.

  5. Wees borg voor Uw knecht ten goede; laat de hovaardigen mij niet onderdrukken.

  6. Mijn ogen zijn bezweken van verlangen naar Uw heil, en naar de toezegging Uwer rechtvaardigheid.

  7. Doe bij Uw knecht naar Uw goedertierenheid, en leer mij Uw inzettingen.

  8. Ik ben Uw knecht, maak mij verstandig, en ik zal Uw getuigenissen kennen.

  9. De spreuken van Salomo, den zoon van David, den koning van Israel,

  10. Om wijsheid en tucht te weten; om te verstaan redenen des verstands;

  11. Om aan te nemen onderwijs van goed verstand, gerechtigheid, en recht, en billijkheden;

  12. Om den slechten kloekzinnigheid te geven, den jongeling wetenschap en bedachtzaamheid.

  13. Die wijs is, zal horen, en zal in lere toenemen; en die verstandig is, zal wijzen raad bekomen.

  14. Om te verstaan een spreuk en de uitlegging, de woorden der wijzen en hun raadselen.

  15. De opperste Wijsheid roept overluid daar buiten; Zij verheft haar stem op de straten.

  16. Zij roept in het voorste der woelingen; aan de deuren der poorten spreekt Zij Haar redenen in de stad;

  17. Gij slechten! hoe lang zult gij de slechtigheid beminnen, en de spotters voor zich de spotternij begeren, en de zotten wetenschap haten?

  18. Keert u tot Mijn bestraffing; ziet, Ik zal Mijn Geest ulieden overvloediglijk uitstorten; Ik zal Mijn woorden u bekend maken.

  19. Dewijl Ik geroepen heb, en gijlieden geweigerd hebt; Mijn hand uitgestrekt heb, en er niemand was, die opmerkte;

  20. En gij al Mijn raad verworpen, en Mijn bestraffing niet gewild hebt;

  21. Zo zal Ik ook in ulieder verderf lachen; Ik zal spotten, wanneer uw vreze komt.

  22. Wanneer uw vreze komt gelijk een verwoesting, en uw verderf aankomt als een wervelwind; wanneer u benauwdheid en angst overkomt;

  23. Dan zullen zij tot Mij roepen, maar Ik zal niet antwoorden; zij zullen Mij vroeg zoeken, maar zullen Mij niet vinden;

  24. Daarom, dat zij de wetenschap gehaat hebben, en de vreze des HEEREN niet hebben verkoren.

  25. Zij hebben in Mijn raad niet bewilligd; al Mijn bestraffingen hebben zij versmaad;