Skip to content

Bijbelverzen over Heart

30 verzen · 2 aspecten

Belangrijke bijbelverzen

Filter op boek
  1. Zo zult gij den HEERE, uw God, liefhebben, met uw ganse hart, en met uw ganse ziel, en met al uw vermogen.

  2. En deze woorden, die ik u heden gebiede, zullen in uw hart zijn.

  3. Een psalm van David, voor den opperzangmeester. HEERE! Gij doorgrondt en kent mij.

  4. Gij weet mijn zitten en mijn opstaan; Gij verstaat van verre mijn gedachten.

  5. Gij omringt mijn gaan en mijn liggen; en Gij zijt al mijn wegen gewend.

  6. Als er nog geen woord op mijn tong is, zie, HEERE! Gij weet het alles.

  7. Gij bezet mij van achteren en van voren, en Gij zet Uw hand op mij.

  8. De kennis is mij te wonderbaar, zij is hoog, ik kan er niet bij.

  9. Waar zou ik heengaan voor Uw Geest en waar zou ik heenvlieden voor Uw aangezicht?

  10. Zo ik opvoer ten hemel, Gij zijt daar; of bedde ik mij in de hel, zie, Gij zijt daar.

  11. Nam ik vleugelen des dageraads, woonde ik aan het uiterste der zee;

  12. Ook daar zou Uw hand mij geleiden, en Uw rechterhand zou mij houden.

  13. Indien ik zeide: De duisternis zal mij immers bedekken; dan is de nacht een licht om mij.

  14. Ook verduistert de duisternis voor U niet; maar de nacht licht als de dag; de duisternis is als het licht.

  15. Een vrolijk hart zal het aangezicht blijde maken; maar door de smart des harten wordt de geest verslagen.

  16. Een verstandig hart zal de wetenschap opzoeken; maar de mond der zotten zal met dwaasheid gevoed worden.

  17. Al de dagen des bedrukten zijn kwaad; maar een vrolijk hart is een gedurige maaltijd.

  18. Arglistig is het hart, meer dan enig ding, ja, dodelijk is het, wie zal het kennen?

  19. Ik, de HEERE, doorgrond het hart, en proef de nieren; en dat, om een iegelijk te geven naar zijn wegen, naar de vrucht zijner handelingen.

  20. En Ik zal hun enerlei hart geven, en zal een nieuwen geest in het binnenste van u geven; en Ik zal het stenen hart uit hun vlees wegnemen, en zal hun een vlesen hart geven;

  21. Opdat zij wandelen in Mijn inzettingen, en Mijn rechten bewaren, en dezelve doen; en zij zullen Mij tot een volk zijn, en Ik zal hun tot een God zijn.

  22. Maar welker hart het hart hunner verfoeiselen en hunner gruwelen nawandelt, derzelver weg zal Ik op hun hoofd geven, spreekt de Heere HEERE.

  23. Dan zal Ik rein water op u sprengen, en gij zult rein worden; van al uw onreinigheden en van al uw drekgoden zal Ik u reinigen.

  24. En Ik zal u een nieuw hart geven, en zal een nieuwen geest geven in het binnenste van u; en Ik zal het stenen hart uit uw vlees wegnemen, en zal u een vlesen hart geven.

  25. Maar die dingen, die ten monde uitgaan, komen voort uit het hart, en dezelve ontreinigen den mens.