Naar de inhoud

Bijbelverzen over Death: Of the wicked

48 verzen · 6 aspecten

Verzen over Of the wicked

Filter op boek
  1. Weet gij dit? Van altoos af, van dat God den mens op de wereld gezet heeft,

  2. Dat het gejuich de goddelozen van nabij geweest is, en de vreugde des huichelaars voor een ogenblik?

  3. Hoe dikwijls geschiedt het, dat de lamp der goddelozen uitgeblust wordt, en hun verderf hun overkomt; dat God hun smarten uitdeelt in Zijn toorn!

  4. Dat zij gelijk stro worden voor den wind, en gelijk kaf, dat de wervelwind wegsteelt;

  5. Deze sterft in de kracht zijner volkomenheid, daar hij gans stil en gerust was;

  6. Zijn melkvaten waren vol melk, en het merg zijner benen was bevochtigd.

  7. De ander daarentegen sterft met een bittere ziel, en hij heeft van het goede niet gegeten.

  8. Zij liggen te zamen neder in het stof, en het gewormte overdekt ze.

  9. Rijk ligt hij neder, en wordt niet weggenomen; doet hij zijn ogen open, zo is hij er niet.

  10. Verschrikkingen zullen hem als wateren aangrijpen; des nachts zal hem een wervelwind wegstelen.

  11. De oostenwind zal hem wegvoeren, dat hij henengaat, en zal hem wegstormen uit zijn plaats.

  12. En God zal dit over hem werpen, en niet sparen; van Zijn hand zal hij snellijk vlieden.

  13. Een ieder zal over hem met zijn handen klappen, en over hem fluiten uit zijn plaats.

  14. Een psalm van David. Aleph. Ontsteek u niet over de boosdoeners; benijd hen niet, die onrecht doen.

  15. Want als gras zullen zij haast worden afgesneden, en als de groene grasscheutjes zullen zij afvallen.

  16. Want de boosdoeners zullen uitgeroeid worden, maar die den HEERE verwachten, die zullen de aarde erfelijk bezitten.

  17. Vau. En nog een weinig, en de goddeloze zal er niet zijn; en gij zult acht nemen op zijn plaats, maar hij zal er niet wezen.

  18. Resch. Ik heb gezien een gewelddrijvende goddeloze, die zich uitbreidde als een groene inlandse boom.

  19. Maar hij ging door, en zie, hij was er niet meer; en ik zocht hem, maar hij werd niet gevonden.

  20. (Want de verlossing hunner ziel is te kostelijk, en zal in eeuwigheid ophouden);

  21. Dat hij ook voortaan geduriglijk zou leven, en de verderving niet zien.

  22. Hoewel hij zijn ziel in zijn leven zegent, en zij u loven, omdat gij uzelven goed doet;

  23. Zo zal zij toch komen tot het geslacht harer vaderen; tot in eeuwigheid zullen zij het licht niet zien. [ (Psalms 49:21) De mens, die in waarde is, en geen verstand heeft, wordt gelijk als de beesten, die vergaan. ]

  24. Want ik was nijdig op de dwazen, ziende der goddelozen vrede.

  25. Want er zijn geen banden tot hun dood toe, en hun kracht is fris.