Naar de inhoud

circa 1446 BC

Moses & The Exodus

God raises up Moses to confront Pharaoh; the ten plagues culminate in Israel's dramatic deliverance from four centuries of bondage.

415 verzen · 1 boek behandeld

Verzen uit dit tijdvak

  1. Exodus 8:23ca. 1491 v.Chr.

    En Ik zal een verlossing zetten tussen Mijn volk en tussen uw volk; tegen morgen zal dit teken geschieden!

  2. Exodus 8:24ca. 1491 v.Chr.

    En de HEERE deed alzo; en er kwam een zware vermenging van ongedierte in het huis van Farao, en in de huizen van zijn knechten, en over het ganse Egypteland; het land werd verdorven van deze vermenging.

  3. Exodus 8:25ca. 1491 v.Chr.

    Toen riep Farao Mozes en Aaron, en zeide: Gaat heen, en offert uwen God in dit land.

  4. Exodus 8:26ca. 1491 v.Chr.

    Mozes dan zeide: Het is niet recht, dat men alzo doe; want wij zouden der Egyptenaren gruwel den HEERE, onzen God, mogen offeren; zie, indien wij der Egyptenaren gruwel voor hun ogen offerden, zouden zij ons niet stenigen?

  5. Exodus 8:27ca. 1491 v.Chr.

    Laat ons den weg van drie dagen in de woestijn gaan, dat wij den HEERE onzen God offeren, gelijk Hij tot ons zeggen zal.

  6. Exodus 8:28ca. 1491 v.Chr.

    Toen zeide Farao: Ik zal u trekken laten, dat gijlieden den HEERE, uwen God, offert in de woestijn; alleen, dat gijlieden in het gaan geenszins te verre trekt! Bidt vuriglijk voor mij.

  7. Exodus 8:29ca. 1491 v.Chr.

    Mozes nu zeide: Zie, ik ga van u, en zal tot den HEERE vuriglijk bidden, dat deze vermenging van ongedierte van Farao, van zijn knechten, en van zijn volk morgen wegwijke! Alleen, dat Farao niet meer bedriegelijk handele, dit volk niet latende gaan, om den HEERE te offeren.

  8. Exodus 8:30ca. 1491 v.Chr.

    Toen ging Mozes uit van Farao, en bad vuriglijk tot den HEERE.

  9. Exodus 8:31ca. 1491 v.Chr.

    En de HEERE deed naar het woord van Mozes, en de vermenging van ongedierte week van Farao, van zijn knechten, en van zijn volk; er bleef niet een over.

  10. Exodus 8:32ca. 1491 v.Chr.

    Doch Farao verzwaarde zijn hart ook op ditmaal, en hij liet het volk niet trekken.

  11. Exodus 9:1ca. 1491 v.Chr.

    Daarna zeide de HEERE tot Mozes: Ga in tot Farao, en spreek tot hem: Alzo zegt de HEERE, de God der Hebreen: Laat Mijn volk trekken, dat het Mij diene.

  12. Exodus 9:2ca. 1491 v.Chr.

    Want zo gij hen weigert te laten trekken, en gij hen nog met geweld ophoudt,

  13. Exodus 9:3ca. 1491 v.Chr.

    Zie, de hand des HEEREN zal zijn over uw vee, dat in het veld is, over de paarden, over de ezelen, over de kemelen, over de runderen, en over het klein vee, door een zeer zware pestilentie.

  14. Exodus 9:4ca. 1491 v.Chr.

    En de HEERE zal een afzondering maken tussen het vee der Israelieten, en tussen het vee der Egyptenaren, dat er niets sterve van al wat van de kinderen Israels is.

  15. Exodus 9:5ca. 1491 v.Chr.

    En de HEERE bestemde een zekeren tijd, zeggende: Morgen zal de HEERE deze zaak in dit land doen.

  16. Exodus 9:6ca. 1491 v.Chr.

    En de HEERE deed deze zaak des anderen daags; en al het vee der Egyptenaren stierf; maar van het vee der kinderen Israels stierf niet een.

  17. Exodus 9:7ca. 1491 v.Chr.

    En Farao zond er heen, en ziet, van het vee van Israel was niet tot een toe gestorven. Doch het hart van Farao werd verzwaard, en hij liet het volk niet trekken.

  18. Exodus 9:8ca. 1491 v.Chr.

    Toen zeide de HEERE tot Mozes en tot Aaron: Neemt gijlieden uw vuisten vol as uit den oven; en Mozes strooie die naar de hemel voor de ogen van Farao.

  19. Exodus 9:9ca. 1491 v.Chr.

    En zij zal tot klein stof worden over het ganse Egypteland; en zij zal aan de mensen, en aan het vee worden tot zweren, uitbrekende met blaren, in het ganse Egypteland.

  20. Exodus 9:10ca. 1491 v.Chr.

    En zij namen as uit den oven, en stonden voor Farao's aangezicht; en Mozes strooide die naar den hemel; toen werden er zweren, uitbrekende met blaren, aan de mensen en aan het vee;

  21. Exodus 9:11ca. 1491 v.Chr.

    Alzo dat de tovenaars voor Mozes niet staan konden, vanwege de zweren; want aan de tovenaars waren zweren, en aan al de Egyptenaren.

  22. Exodus 9:12ca. 1491 v.Chr.

    Doch de HEERE verstokte Farao's hart, dat hij naar hen niet hoorde, gelijk de HEERE tot Mozes gesproken had.

  23. Exodus 9:13ca. 1491 v.Chr.

    Toen zeide de HEERE tot Mozes: Maak u morgen vroeg op, en stel u voor Farao's aangezicht, en zeg tot hem: Zo zegt de HEERE, de God der Hebreen: Laat Mijn volk trekken, dat zij Mij dienen.

  24. Exodus 9:14ca. 1491 v.Chr.

    Want ditmaal zal Ik al Mijn plagen in uw hart zenden, en over uw knechten, en over uw volk, opdat gij weet, dat er niemand is gelijk Ik, op de ganse aarde.

  25. Exodus 9:15ca. 1491 v.Chr.

    Want nu heb Ik Mijn hand uitgestrekt, opdat Ik u en uw volk met de pestilentie zou slaan, en dat gij van de aarde zoudt verdelgd worden.