God
Verzen die God noemen
De zon tot heerschappij op den dag; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
De maan en sterren tot heerschappij in den nacht; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
Dien, Die de Egyptenaren geslagen heeft in hun eerstgeborenen; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
En heeft Israel uit het midden van hen uitgebracht; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
Met een sterke hand, en met een uitgestrekte arm; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
Dien, Die de Schelfzee in delen deelde; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
En voerde Israel door het midden van dezelve; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
Hij heeft Farao met zijn heir gestort in de Schelfzee; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
Die Zijn volk door de woestijn geleid heeft; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
Die grote koningen geslagen heeft; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
En heeft heerlijke koningen gedood; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
Sihon, de Amorietischen koning; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
En Og, den koning van Basan; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
En heeft hun land ten erve gegeven; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
Ten erve aan Zijn knecht Israel; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
Die aan ons gedacht heeft in onze nederigheid; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
En Hij heeft ons onzen tegenpartijders ontrukt; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
Die allen vlees spijs geeft; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
Looft den God des hemels; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
Wij zeiden: Hoe zouden wij een lied des HEEREN zingen in een vreemd land?
HEERE! gedenk aan de kinderen van Edom, aan den dag van Jeruzalem; die daar zeiden: Ontbloot ze, ontbloot ze, tot haar fondament toe!
Een psalm van David. Ik zal U loven met mijn gehele hart; in de tegenwoordigheid der goden zal ik U psalmzingen.
Ik zal mij nederbuigen naar het paleis Uwer heiligheid, en ik zal Uw Naam loven, om Uw goedertierenheid en om Uw waarheid; want Gij hebt vanwege Uw gansen Naam Uw woord groot gemaakt.
Ten dage, als ik riep, zo hebt Gij mij verhoord; Gij hebt mij versterkt met kracht in mijn ziel.
Alle koningen der aarde zullen U, o HEERE! loven, wanneer zij gehoord zullen hebben de redenen Uws monds.