Naar de inhoud

God

11,427 verzen · 2 familieleden

Verzen die God noemen

Filter op boek
  1. De zon tot heerschappij op den dag; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

  2. De maan en sterren tot heerschappij in den nacht; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

  3. Dien, Die de Egyptenaren geslagen heeft in hun eerstgeborenen; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

  4. En heeft Israel uit het midden van hen uitgebracht; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

  5. Met een sterke hand, en met een uitgestrekte arm; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

  6. Dien, Die de Schelfzee in delen deelde; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

  7. En voerde Israel door het midden van dezelve; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

  8. Hij heeft Farao met zijn heir gestort in de Schelfzee; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

  9. Die Zijn volk door de woestijn geleid heeft; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

  10. Die grote koningen geslagen heeft; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

  11. En heeft heerlijke koningen gedood; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

  12. Sihon, de Amorietischen koning; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

  13. En Og, den koning van Basan; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

  14. En heeft hun land ten erve gegeven; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

  15. Ten erve aan Zijn knecht Israel; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

  16. Die aan ons gedacht heeft in onze nederigheid; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

  17. En Hij heeft ons onzen tegenpartijders ontrukt; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

  18. Die allen vlees spijs geeft; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

  19. Looft den God des hemels; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

  20. Wij zeiden: Hoe zouden wij een lied des HEEREN zingen in een vreemd land?

  21. HEERE! gedenk aan de kinderen van Edom, aan den dag van Jeruzalem; die daar zeiden: Ontbloot ze, ontbloot ze, tot haar fondament toe!

  22. Een psalm van David. Ik zal U loven met mijn gehele hart; in de tegenwoordigheid der goden zal ik U psalmzingen.

  23. Ik zal mij nederbuigen naar het paleis Uwer heiligheid, en ik zal Uw Naam loven, om Uw goedertierenheid en om Uw waarheid; want Gij hebt vanwege Uw gansen Naam Uw woord groot gemaakt.

  24. Ten dage, als ik riep, zo hebt Gij mij verhoord; Gij hebt mij versterkt met kracht in mijn ziel.

  25. Alle koningen der aarde zullen U, o HEERE! loven, wanneer zij gehoord zullen hebben de redenen Uws monds.