Naar de inhoud

Caleb

30 verzen · 6 familieleden

Verzen die Caleb noemen

Filter op boek
  1. En de naam des mans was Nabal, en de naam zijner huisvrouw was Abigail; en de vrouw was goed van verstand, en schoon van gedaante; maar de man was hard en boos van daden, en hij was een Kalebiet.

  2. En Efa, het bijwijf van Kaleb, baarde Haran, en Moza, en Gazez; en Haran gewon Gazez.

  3. Uit het bijwijf Maacha gewon Kaleb: Seber en Tirhana.

  4. De kinderen van Kaleb nu, den zoon van Jefunne, waren Iru, Ela en Naam; en de kinderen van Ela, te weten Kenaz.

  5. Maar het veld der stad, en haar dorpen, gaven zij Kaleb, den zoon van Jefunne.