- English
- King James KJV
- Complete Jewish CJB
- World English WEBM
- Berean Standard BSB
- American Standard ASV
- Geneva GNV
- Young's Literal YLT
- Douay-Rheims DRC
- International
- Shqip ALB
- العربية SVD
- বাংলা BN-IRV
- မြန်မာ Judson
- 简体文 CUV-S
- 繁體中文 CUV-T
- Čeština BKR
- Nederlands STVE
- Français LSG
- Deutsch SCH
- Ελληνικά Vamvas
- ગુજરાતી GU-IRV
- Hausa HCB
- עברית Hebrew
- हिन्दी HCV
- Magyar KAROLI
- Bahasa Indonesia INDO-TB
- Italiano Diodati
- 日本語 Kougo
- 한국어 Korean
- മലയാളം MAL
- मराठी MRCV
- Norsk DNB
- فارسی OPV
- Polski BG
- Português Almeida
- Română Cornilescu
- Русский Synodal
- Español RVG
- Kiswahili Neno
- Svenska SV1917
- Tagalog TAG-ADB
- தமிழ் TCV
- తెలుగు TSA
- ภาษาไทย THAI-KJV
- Українська Ohienko
- Tiếng Việt CADMAN
- Yorùbá YCB
Psalmen49
Listen to this chapter
0:00
0:00
Een universele oproep om naar wijsheid te luisteren
1
Een psalm, voor den opperzangmeester, onder de kinderen van Korach.
2
Hoort dit, alle gij volken! neemt ter ore, alle inwoners der wereld,
3
Zowel slechten als aanzienlijken, te zamen rijk en arm!
4
Mijn mond zal enkel wijsheid spreken, en de overdenking mijns harten zal vol verstand zijn.
De dwaasheid van vertrouwen op rijkdom
5
Ik zal mijn oor neigen tot een spreuk; ik zal mijn verborgene rede openen op de harp.
6
Waarom zou ik vrezen in kwade dagen, als de ongerechtigen, die op de hielen zijn, mij omringen?
7
Aangaande degenen, die op hun goed vertrouwen; en op de veelheid huns rijkdoms roemen;
8
Niemand van hen zal zijn broeder immermeer kunnen verlossen; hij zal Gode zijn rantsoen niet kunnen geven;
9
(Want de verlossing hunner ziel is te kostelijk, en zal in eeuwigheid ophouden);
10
Dat hij ook voortaan geduriglijk zou leven, en de verderving niet zien.
11
Want hij ziet, dat de wijzen sterven, dat te zamen een dwaas en een onvernuftige omkomen, en hun goed anderen nalaten.
12
Hun binnenste gedachte is, dat hun huizen zullen zijn in eeuwigheid, hun woningen van geslacht tot geslacht; zij noemen de landen naar hun namen.
Het graf wacht de rijke dwaas
13
De mens nochtans, die in waarde is, blijft niet; hij wordt gelijk als de beesten, die vergaan.
14
Deze hun weg is een dwaasheid van hen; nochtans hebben hun nakomelingen een welbehagen in hun woorden. Sela.
15
Men zet hen als schapen in het graf, de dood zal hen afweiden; en de oprechten zullen over hen heersen in dien morgenstond; en het graf zal hun gedaante verslijten, elk uit zijn woning.
Benijd het aardse succes niet
16
Maar God zal mijn ziel van het geweld des grafs verlossen, want Hij zal mij opnemen. Sela.
17
Vrees niet, wanneer een man rijk wordt, wanneer de eer van zijn huis groot wordt;
18
Want hij zal in zijn sterven niet met al medenemen, zijn eer zal hem niet nadalen.
19
Hoewel hij zijn ziel in zijn leven zegent, en zij u loven, omdat gij uzelven goed doet;
20
Zo zal zij toch komen tot het geslacht harer vaderen; tot in eeuwigheid zullen zij het licht niet zien. [ (Psalms 49:21) De mens, die in waarde is, en geen verstand heeft, wordt gelijk als de beesten, die vergaan. ]
Use ← → arrow keys to navigate
Settings
Reading Style
Typeface
Font Size px
Reading Width chars
Options
Study Note