- English
- King James KJV
- Complete Jewish CJB
- World English WEBM
- Berean Standard BSB
- American Standard ASV
- Geneva GNV
- Young's Literal YLT
- Douay-Rheims DRC
- International
- Shqip ALB
- العربية SVD
- বাংলা BN-IRV
- မြန်မာ Judson
- 简体文 CUV-S
- 繁體中文 CUV-T
- Čeština BKR
- Nederlands STVE
- Français LSG
- Deutsch SCH
- Ελληνικά Vamvas
- ગુજરાતી GU-IRV
- Hausa HCB
- עברית Hebrew
- हिन्दी HCV
- Magyar KAROLI
- Bahasa Indonesia INDO-TB
- Italiano Diodati
- 日本語 Kougo
- 한국어 Korean
- മലയാളം MAL
- मराठी MRCV
- Norsk DNB
- فارسی OPV
- Polski BG
- Português Almeida
- Română Cornilescu
- Русский Synodal
- Español RVG
- Kiswahili Neno
- Svenska SV1917
- Tagalog TAG-ADB
- தமிழ் TCV
- తెలుగు TSA
- ภาษาไทย THAI-KJV
- Українська Ohienko
- Tiếng Việt CADMAN
- Yorùbá YCB
Psalmen136
Listen to this chapter
0:00
0:00
Oproep om de verheven HEERE te danken
1
Looft den HEERE, want Hij is goed; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid;
2
Looft den God der goden; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
3
Looft den Heere der heren; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
Gods wonderen in de schepping
4
Dien, Die alleen grote wonderen doet; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
5
Dien, die de hemelen met verstand gemaakt heeft; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
6
Dien, Die de aarde op het water uitgespannen heeft; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
7
Dien, Die de grote lichten heeft gemaakt; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
8
De zon tot heerschappij op den dag; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
9
De maan en sterren tot heerschappij in den nacht; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
Gods machtige daden bij de uittocht
10
Dien, Die de Egyptenaren geslagen heeft in hun eerstgeborenen; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
11
En heeft Israel uit het midden van hen uitgebracht; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
12
Met een sterke hand, en met een uitgestrekte arm; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
13
Dien, Die de Schelfzee in delen deelde; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
14
En voerde Israel door het midden van dezelve; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
15
Hij heeft Farao met zijn heir gestort in de Schelfzee; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
Koningen verslagen en het land gegeven
16
Die Zijn volk door de woestijn geleid heeft; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
17
Die grote koningen geslagen heeft; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
18
En heeft heerlijke koningen gedood; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
19
Sihon, de Amorietischen koning; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
20
En Og, den koning van Basan; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
21
En heeft hun land ten erve gegeven; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
22
Ten erve aan Zijn knecht Israel; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
Universele voorzienigheid en blijvende barmhartigheid
23
Die aan ons gedacht heeft in onze nederigheid; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
24
En Hij heeft ons onzen tegenpartijders ontrukt; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
25
Die allen vlees spijs geeft; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
26
Looft den God des hemels; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
Use ← → arrow keys to navigate
Settings
Reading Style
Typeface
Font Size px
Reading Width chars
Options
Study Note