- English
- King James KJV
- Complete Jewish CJB
- World English WEBM
- Berean Standard BSB
- American Standard ASV
- Geneva GNV
- Young's Literal YLT
- Douay-Rheims DRC
- International
- Shqip ALB
- العربية SVD
- বাংলা BN-IRV
- မြန်မာ Judson
- 简体文 CUV-S
- 繁體中文 CUV-T
- Čeština BKR
- Nederlands STVE
- Français LSG
- Deutsch SCH
- Ελληνικά Vamvas
- ગુજરાતી GU-IRV
- Hausa HCB
- עברית Hebrew
- हिन्दी HCV
- Magyar KAROLI
- Bahasa Indonesia INDO-TB
- Italiano Diodati
- 日本語 Kougo
- 한국어 Korean
- മലയാളം MAL
- मराठी MRCV
- Norsk DNB
- فارسی OPV
- Polski BG
- Português Almeida
- Română Cornilescu
- Русский Synodal
- Español RVG
- Kiswahili Neno
- Svenska SV1917
- Tagalog TAG-ADB
- தமிழ் TCV
- తెలుగు TSA
- ภาษาไทย THAI-KJV
- Українська Ohienko
- Tiếng Việt CADMAN
- Yorùbá YCB
Job33
Listen to this chapter
0:00
0:00
Elihu doet een beroep op Job
1
En gewisselijk, o Job! hoor toch mijn redenen, en neem al mijn woorden ter ore.
2
Zie nu, ik heb mijn mond opengedaan; mijn tong spreekt onder mijn gehemelte.
3
Mijn redenen zullen de oprechtigheid mijns harten, en de wetenschap mijner lippen, wat zuiver is, uitspreken.
4
De Geest Gods heeft mij gemaakt, en de adem des Almachtigen heeft mij levend gemaakt.
5
Zo gij kunt, antwoord mij; schik u voor mijn aangezicht, stel u.
6
Zie, ik ben Godes, gelijk gij; uit het leem ben ik ook afgesneden.
7
Zie, mijn verschrikking zal u niet beroeren, en mijn hand zal over u niet zwaar zijn.
Elihu weerlegt Jobs aanspraak op onschuld
8
Zeker, gij hebt gezegd voor mijn oren, en ik heb de stem der woorden gehoord;
9
Ik ben rein, zonder overtreding; ik ben zuiver, en heb geen misdaad.
10
Zie, Hij vindt oorzaken tegen mij, Hij houdt mij voor Zijn vijand.
11
Hij legt mijn voeten in den stok; Hij neemt al mijn paden waar.
Gods rechtvaardigheid en spreken
12
Zie, hierin zijt gij niet rechtvaardig, antwoord ik u; want God is meerder dan een mens.
13
Waarom hebt gij tegen Hem getwist? Want Hij antwoordt niet van al Zijn daden.
14
Maar God spreekt eens of tweemaal; doch men let niet daarop.
15
In den droom, door het gezicht des nachts, als een diepe slaap op de lieden valt, in de sluimering op het leger;
16
Dan openbaart Hij het voor het oor der lieden, en Hij verzegelt hun kastijding;
17
Opdat Hij den mens afwende van zijn werk, en van den man de hovaardij verberge;
18
Dat Hij zijn ziel van het verderf afhoude; en zijn leven, dat het door het zwaard niet doorga.
Lijden als middel tot herstel
19
Ook wordt hij gestraft met smart op zijn leger, en de sterke menigte zijner beenderen;
20
Zodat zijn leven het brood zelf verfoeit, en zijn ziel de begeerlijke spijze;
21
Dat zijn vlees verdwijnt uit het gezicht, en zijn beenderen, die niet gezien werden, uitsteken;
22
En zijn ziel nadert ten verderve, en zijn leven tot de dingen, die doden.
23
Is er dan bij Hem een Gezant, een Uitlegger, een uit duizend, om den mens zijn rechten plicht te verkondigen;
24
Zo zal Hij hem genadig zijn, en zeggen: Verlos hem, dat hij in het verderf niet nederdale, Ik heb verzoening gevonden.
25
Zijn vlees zal frisser worden dan het was in de jeugd; hij zal tot de dagen zijner jonkheid wederkeren.
26
Hij zal tot God ernstiglijk bidden, Die in hem een welbehagen nemen zal, en zijn aangezicht met gejuich aanzien; want Hij zal den mens zijn gerechtigheid wedergeven.
27
Hij zal de mensen aanschouwen, en zeggen: Ik heb gezondigd, en het recht verkeerd, hetwelk mij niet heeft gebaat;
28
Maar God heeft mijn ziel verlost, dat zij niet voere in het verderf, zodat mijn leven het licht aanziet.
29
Zie, dit alles werkt God tweemaal of driemaal met een man;
30
Opdat hij zijn ziel afkere van het verderf, en hij verlicht worde met het licht der levenden.
Een laatste oproep tot antwoord
31
Merk op, o Job! Hoor naar mij; zwijg, en ik zal spreken.
32
Zo er redenen zijn, antwoord mij; spreek, want ik heb lust u te rechtvaardigen.
33
Zo niet, hoor naar mij; zwijg, en ik zal u wijsheid leren.
Use ← → arrow keys to navigate
Settings
Reading Style
Typeface
Font Size px
Reading Width chars
Options
Study Note