Numeri 7:12-71
12
Die nu op den eersten dag zijn offerande offerde, was Nahesson, de zoon van Amminadab, voor den stam van Juda.
13
En zijn offerande was: een zilveren schotel, welks gewicht was honderd dertig sikkelen; een zilveren sprengbekken van zeventig sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms; zij waren beide vol meelbloem met olie gemengd, ten spijsoffer;
14
Een reukschaal van tien gouden sikkelen, vol reukwerks;
15
Een var, een jong rund, een ram, een lam, dat eenjarig was, ten brandoffer;
16
Een geitenbok, ten zondoffer;
17
En ten dankoffer: twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren. Dit was de offerande van Nahesson, den zoon van Amminadab.
18
Op den tweeden dag offerde Nethaneel, de zoon van Zuar, de overste van Issaschar.
19
Hij offerde zijn offerande: een zilveren schotel, welks gewicht was honderd dertig sikkelen; een zilveren sprengbekken van zeventig sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms; zij waren beide vol meelbloem met olie gemengd, ten spijsoffer;
20
En een reukschaal van tien gouden sikkelen, vol reukwerks;
21
Een var, een jong rund, een ram, een lam, dat eenjarig was, ten brandoffer;
22
Een geitenbok, ten zondoffer;
23
En ten dankoffer: twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren. Dit was de offerande van Nethaneel, den zoon van Zuar.
24
Op den derden dag offerde de overste der zonen van Zebulon, Eliab, de zoon van Helon.
25
Zijn offerande was: een zilveren schotel, welks gewicht was honderd dertig sikkelen; een zilveren sprengbekken van zeventig sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms; zij waren beide vol meelbloem met olie gemengd, ten spijsoffer;
26
Een reukschaal van tien gouden sikkelen, vol reukwerks;
27
Een var, een jong rund, een ram, een lam, dat eenjarig was, ten brandoffer;
28
Een geitenbok, ten zondoffer;
29
En ten dankoffer: twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren. Dit was de offerande van Eliab, den zoon van Helon.
30
Op den vierden dag offerde de overste der kinderen van Ruben, Elizur, de zoon van Sedeur.
31
Zijn offerande was: een zilveren schotel, welks gewicht was honderd dertig sikkelen; een zilveren sprengbekken van zeventig sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms; zij waren beide vol meelbloem met olie gemengd, ten spijsoffer;
32
Een reukschaal van tien gouden sikkelen, vol reukwerks;
33
Een var, een jong rund, een ram, een lam, dat eenjarig was, ten brandoffer;
34
Een geitenbok, ten zondoffer;
35
En ten dankoffer: twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren. Dit was de offerande van Elizur, den zoon van Sedeur.
36
Op den vijfden dag offerde den overste der kinderen van Simeon, Selumiel, de zoon van Zurisaddai.
37
Zijn offerande was: een zilveren schotel, welks gewicht was honderd dertig sikkelen; een zilveren sprengbekken van zeventig sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms; zij waren beide vol meelbloem met olie gemengd, ten spijsoffer;
38
Een reukschaal van tien gouden sikkelen, vol reukwerks;
39
Een var, een jong rund, een ram, een lam, dat eenjarig was, ten brandoffer;
40
Een geitenbok, ten zondoffer;
41
En ten dankoffer: twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren. Dit was de offerande van Selumiel, den zoon van Zurisaddai.
42
Op den zesden dag offerde de overste der kinderen van Gad, Eljasaf, den zoon van Dehuel.
43
Zijn offerande was: een zilveren schotel, welks gewicht was honderd dertig sikkelen; een zilveren sprengbekken van zeventig sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms; zij waren beide vol meelbloem met olie gemengd, ten spijsoffer;
44
Een reukschaal van tien gouden sikkelen, vol reukwerks;
45
Een var, een jong rund, een ram, een lam, dat eenjarig was, ten brandoffer;
46
Een geitenbok, ten zondoffer;
47
En ten dankoffer: twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren. Dit was de offerande van Eljasaf, den zoon van Dehuel.
48
Op den zevenden dag offerde de overste der kinderen van Efraim, Elisama, den zoon van Ammihud.
49
Zijn offerande was: een zilveren schotel, welks gewicht was honderd dertig sikkelen; een zilveren sprengbekken van zeventig sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms; zij waren beide vol meelbloem met olie gemengd, ten spijsoffer;
50
Een reukschaal van tien gouden sikkelen, vol reukwerks;
51
Een var, een jong rund, een ram, een lam, dat eenjarig was, ten brandoffer;
52
Een geitenbok, ten zondoffer;
53
En ten dankoffer: twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren. Dit was de offerande van Elisama, den zoon van Ammihud.
54
Op den achtsten dag offerde de overste der kinderen van Manasse, Gamaliel, de zoon van Pedazur.
55
Zijn offerande was: een zilveren schotel, welks gewicht was honderd dertig sikkelen; een zilveren sprengbekken van zeventig sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms; zij waren beide vol meelbloem met olie gemengd, ten spijsoffer;
56
Een reukschaal van tien gouden sikkelen, vol reukwerks;
57
Een var, een jong rund, een ram, een lam, dat eenjarig was, ten brandoffer;
58
Een geitenbok, ten zondoffer;
59
En ten dankoffer: twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren. Dit was de offerande van Gamaliel, den zoon van Pedazur.
60
Op den negenden dag offerde de overste der kinderen van Benjamin, Abidan, de zoon van Gideoni.
61
Zijn offerande was: een zilveren schotel, welks gewicht was honderd dertig sikkelen; een zilveren sprengbekken van zeventig sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms; zij waren beide vol meelbloem met olie gemengd, ten spijsoffer;
62
Een reukschaal van tien gouden sikkelen, vol reukwerks;
63
Een var, een jong rund, een ram, een lam, dat eenjarig was, ten brandoffer;
64
Een geitenbok, ten zondoffer;
65
En ten dankoffer: twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren. Dit was de offerande van Abidan, den zoon van Gideoni.
66
Op den tienden dag offerde de overste der kinderen van Dan, Ahiezer, de zoon van Ammisaddai.
67
Zijn offerande was: een zilveren schotel, welks gewicht was honderd dertig sikkelen; een zilveren sprengbekken van zeventig sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms; zij waren beide vol meelbloem met olie gemengd, ten spijsoffer;
68
Een reukschaal van tien gouden sikkelen, vol reukwerks;
69
Een var, een jong rund, een ram, een lam, dat eenjarig was, ten brandoffer;
70
Een geitenbok, ten zondoffer;
71
En ten dankoffer: twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren. Dit was de offerande van Ahiezer, den zoon van Ammisaddai.
Settings