Skip to content
Numeri 32:34

Numeri 32:34

Vers 34 wordt getoond met de omringende context.
31
En de kinderen van Gad en de kinderen van Ruben antwoordden, zeggende: Wat de HEERE tot uw knechten gesproken heeft, zullen wij alzo doen.
32
Wij zullen toegerust overtrekken voor het aangezicht des HEEREN naar het land Kanaan; en de bezitting onzer erfenis zullen wij hebben aan deze zijde van de Jordaan.
33
Alzo gaf Mozes hunlieden, den kinderen van Gad, en de kinderen van Ruben, en den halven stam van Manasse, den zoon van Jozef, het koninkrijk van Sihon, koning der Amorieten, en het koninkrijk van Og, koning van Bazan; het land met de steden van hetzelve in de landpalen, de steden des lands rondom.
34
En de kinderen van Gad bouwden Dibon, en Ataroth, en Aroer,
35
En Atroth-Sofan, en Jaezer, en Jogbeha,
36
En Beth-Nimra, en Beth-Haran, vaste steden en schaapskooien.
37
En de kinderen van Ruben bouwden Hezbon, en Eleale, en Kirjathaim,
Settings

Reading style

Typeface

Font size 19px

Reading width 90 chars

Options