ข้ามไปยังเนื้อหา
Genesis 10:7

Genesis 10:7

Vers 7 wordt getoond met de omringende context.
4
En de zonen van Javan zijn: Elisa, en Tarsis; de Chittieten en Dodanieten.
5
Van dezen zijn verdeeld de eilanden der volken in hun landschappen, elk naar zijn spraak, naar hun huisgezinnen, onder hun volken.
6
En de zonen van Cham zijn: Cusch en Mitsraim, en Put, en Kanaan.
7
En de zonen van Cusch zijn: Seba en Havila, en Sabta, en Raema, en Sabtecha. En de zonen van Raema zijn: Scheba en Dedan.
8
En Cusch gewon Nimrod; deze begon geweldig te zijn op de aarde.
9
Hij was een geweldig jager voor het aangezicht des HEEREN; daarom wordt gezegd: Gelijk Nimrod, een geweldig jager voor het aangezicht des HEEREN.
10
En het beginsel zijns rijks was Babel, en Erech, en Accad, en Calne in het land Sinear.
Settings

Reading Style

Typeface

Font Size 19px

Reading Width 45 chars

Options