Naar de inhoud

Bijbelverzen over Zobah: David writes a psalm after the conquest of

12 verzen · 5 aspecten

Verzen over David writes a psalm after the conquest of

  1. Een gouden kleinood van David tot lering, voor den opperzangmeester, op Schusan Eduth;

  2. Als hij gevochten had met de Syriers van Mesopotamie, en met de Syriers van Zoba; en Joab wederkwam, en de Edomieten sloeg in het Zoutdal, twaalf duizend.

  3. O God! Gij hadt ons verstoten, Gij hadt ons gescheurd, Gij zijt toornig geweest; keer weder tot ons.

  4. Gij hebt het land geschud, Gij hebt het gespleten; genees zijn breuken, want het wankelt.

  5. Gij hebt Uw volk een harde zaak doen zien; Gij hebt ons gedrenkt met zwijmelwijn.

  6. Maar nu hebt Gij dengenen, die U vrezen, een banier gegeven, om die op te werpen, vanwege de waarheid. Sela.

  7. Opdat Uw beminden zouden bevrijd worden; geef heil door Uw rechterhand, en verhoor ons.

  8. God heeft gesproken in Zijn heiligdom; dies zal ik van vreugde opspringen; ik zal Sichem delen, en het dal van Sukkoth zal ik afmeten.

  9. Gilead is mijn, en Manasse is mijn, en Efraim is de sterkte mijns hoofds; Juda is mijn wetgever.

  10. Moab is mijn waspot; op Edom zal ik mijn schoen werpen! juich over mij, o gij Palestina!

  11. Wie zal mij voeren in een vaste stad? Wie zal mij leiden tot in Edom?

  12. Zult Gij het niet zijn, o God! Die ons verstoten hadt, en niet uittoogt, o God! met onze heirkrachten? [ (Psalms 60:13) Geef Gij ons hulp uit de benauwdheid, want 's mensen heil is ijdelheid. ] [ (Psalms 60:14) In God zullen wij kloeke daden doen, en Hij zal onze wederpartijders vertreden. ]