Naar de inhoud

Bijbelverzen over Women: Subtle and deceitful

33 verzen · 47 aspecten

Verzen over Subtle and deceitful

Filter op boek
  1. Om u te bewaren voor de kwade vrouw, voor het gevlei der vreemde tong.

  2. Begeer haar schoonheid niet in uw hart, en laat ze u niet vangen met haar oogleden.

  3. Want door een vrouw, die een hoer is, komt men tot een stuk broods; en eens mans huisvrouw jaagt de kostelijke ziel.

  4. Zal iemand vuur in zijn boezem nemen, dat zijn klederen niet verbrand worden?

  5. Zal iemand op kolen gaan, dat zijn voeten niet branden?

  6. Alzo die tot zijns naasten huisvrouw ingaat; al wie haar aanroert, zal niet onschuldig gehouden worden.

  7. Maar die met een vrouw overspel doet, is verstandeloos; hij verderft zijn ziel, die dat doet;

  8. Plage en schande zal hij vinden, en zijn smaad zal niet uitgewist worden.

  9. Want jaloersheid is een grimmigheid des mans; en in den dag der wraak zal hij niet verschonen.

  10. Hij zal geen verzoening aannemen; en hij zal niet bewilligen, ofschoon gij het geschenk vergroot.

  11. Want door het venster van mijn huis, door mijn tralie keek ik uit;

  12. En ik zag onder de slechten; ik merkte onder de jonge gezellen een verstandelozen jongeling;

  13. Voorbijgaande op de straat, nevens haar hoek, en hij trad op den weg van haar huis.

  14. In de schemering, in den avond des daags, in den zwarten nacht en de donkerheid;

  15. En ziet, een vrouw ontmoette hem in hoerenversiersel, en met het hart op haar hoede;

  16. Deze was woelachtig en wederstrevig, haar voeten bleven in haar huis niet;

  17. Nu buiten, dan op de straten zijnde, en bij alle hoeken loerende;

  18. En zij greep hem aan, en kuste hem; zij sterkte haar aangezicht, en zeide tot hem:

  19. Dankoffers zijn bij mij, ik heb heden mijn geloften betaald;

  20. Daarom ben ik uitgegaan u tegemoet, om uw aangezicht naarstiglijk te zoeken, en ik heb u gevonden.

  21. Ik heb mijn bedstede met tapijtsieraad toegemaakt, met uitgehouwen werken, met fijn linnen van Egypte;

  22. Ik heb mijn leger met mirre, aloe en kaneel welriekende gemaakt;

  23. Kom, laat ons dronken worden van minnen tot den morgen toe; laat ons ons vrolijk maken in grote liefde.

  24. Want de man is niet in zijn huis, hij is een verren weg getogen;

  25. Hij heeft een bundel gelds in zijn hand genomen; ten bestemden dage zal hij naar zijn huis komen.